Intensief loont

Melkveebedrijven zijn er in allerlei soorten: intensief, extensief, biologisch, conventioneel. Die verschillen leveren vanzelfsprekend discussies op over wat er beter is voor de boer en voor de maatschappij. Een dankbaar onderwerp dus voor wetenschappers om nader te onderzoeken. In deze column bespreek ik twee recente artikelen waarin over zulk onderzoek wordt gerapporteerd.
 
In het debat wat er beter is: intensieve of extensieve vormen van veehouderij, hebben twee Spaanse landbouweconomen de resultaten van melkveehouderijbedrijven in hun land bekeken. Intensief betekent in dit geval een hoge melkproductie per ha: 20.000 liter, tegenover 13.000 voor de extensieve groep. Dat ging samen met meer koeien per ha, meer melk per koe (8160 ten op zichte van 6440 liter) en meer krachtvoer per koe.
 
Conclusie: de intensieve bedrijven zijn duidelijk efficienter dan extensieve. Dat geldt zelfs gegeven dezelfde hoeveelheid inputs. Wat niet hoeft te betekenen dat het ook zinvol is om alle huidige extensieve bedrijven te adviseren om hun bedrijfsopzet te veranderen in meer intensief grondgebruik: het kan best zijn dat de grond zich daar niet voor leent, of krachtvoer in die streek te duur is. Maar het geeft wel aan dat inefficiency sterk samenhangt met slechte resultaten in veevoerproductie. Of dat komt door slecht management, slechte grond of gebrek aan water is een andere zaak.
De auteurs constateren uitdrukkelijk dat dit vraagtekens zet bij het Europese landbouwbeleid om betere milieuresultaten te halen door extensivering. Om te beginnen kan dat een dure vorm van vechten tegen de bierkaai zijn omdat het intensiveringsproces gewoon doorgaat.
En in ieder geval, zo constateren ze, laat hun onderzoek zien dat intensieve veehouderij samen kan gaan met een vermindering van milieuproblemen in de melkveehouderij.
 
Intensivering geeft kansen voor milieuverbetering omdat een deel van het probleem komt door onvoldoende controle over mineralenstromen en gedrag van dieren. Intensieve bedrijven bieden dus een kans om door de infrastructuur en het management van die bedrijven bij te dragen aan verbetering van de milieuprestaties.
 
Een tweede onderzoek dat ik graag even voor het voetlicht breng, komt uit de Verenigde Staten en vergeleek biologische en conventionele bedrijven. De auteurs hebben voor beide systemen de meest efficiente productiemethoden geschat. Die verschillen voor bio en conventioneel: biologische melk is wanneer het efficient wordt geproduceerd 11% duurder dan efficient geproduceerde conventionele melk.
 
Maar binnen die twee groepen produceren biologische boeren gemiddeld even (in)efficient als gangbare boeren: de afstand van de gemiddelde producent tot de meest efficiente bedrijfsvoering is in beide gevallen ongeveer even groot. Tot nu toe gingen onderzoekers vreemd genoeg vaak uit van dezelfde technologie voor beide groepen en vonden biologische bedrijven veel minder efficient dan conventionele.
Dat geldt dus voortaan wel voor het systeem (de genoemde 11%) maar niet voor de boeren binnen een systeem. Dat is eigenlijk wel opvallend voor een jonge bedrijfstak, waar nog relatief veel uitgevonden moet worden en er ook gelukzoekers starten (die het soms elders ook niet gemaakt hebben).

Sommigen bekritiseren biologische produktie omdat het meer ruimte nodig heeft en daarmee geen ruimte zou laten voor natuur als we de wereld zo voeden. Persoonlijk lijkt me het verschil in kostprijs (dat als het goed is, wordt goedgemaakt door hogere prijzen) voorlopig geen reden voor deze kritiek. Er zijn nog grote delen van de wereld (van de Oekraine tot Zimbabwe) waar de voedselproduktie omhoog kan, zodat we voorlopig kunnen blijven consumeren wat we willen (of dat nu biologisch of vlees is). Daarna zien we verder.

Krijn J. Poppe
Econoom met een analyserende kijk op de landbouw

k.-poppe.jpg

 
 
Literatuur:
A. Alvarez and J. del Corral: Identifying different technologies using a latent class model: extensive versus intensive dairy farms. In. European Review of Agricultural Economics, juni 2010.
C.A. Mayen, J.V. Balagtas and C.E. Alexander: Technology adoption and technical efficiency: organic and conventional dairy farms in the United States. in American Journal of Agricultural Economics, 92(1), 2010.
Reageer op dit artikel
ONZE PARTNERS: CBS Wageningen UR Agrifoto Eurex Accon Avm
DCA Multimedia logo
DCA Multimedia. Auteursrecht voorbehouden.
Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Disclaimer / Gebruiksvoorwaarden en Privacy / Cookie Statement