Shutterstock

Nieuws Korte keten

Populariteit van de korte keten neemt met 25% toe

28 Juni 2021

De korte keten wint hard aan populariteit. Inmiddels verkoopt bijna één op de zeven boeren en tuinders producten via een korte keten aan de consument, zo blijkt uit de monitor Korte ketens van Wageningen University & Research in opdracht van het ministerie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Daarmee is het aantal agrarische bedrijven dat producten afzet via de korte keten tussen 2017 en 2020 met ruim 25% gestegen.

Op 1 april 2020 waren er in Nederland 7.234 primaire agrarische bedrijven die (een deel van de) door hen geproduceerde of bewerkte voedsel- en sierteeltproducten af hebben gezet via de korte keten. Het gaat om 13,7% van alle primaire agrarische bedrijven in Nederland. Dat blijkt uit de monitor Korte ketens van Wageningen Universiry & Research. In de periode van 2017 tot en met 2020 is dat aantal met 25% toegenomen. Het betekent dat inmiddels bijna één op de zeven boeren en tuinders producten afzet via de korte keten. De totale opbrengst van verkoop op deze manier komt uit op minimaal €1,36 miljard.

Van die ruim 7.000 bedrijven die producten via de korte keten verkopen, verkopen 3.401 stuks uitsluitend rechtstreeks aan de consument. Iets meer dan 2.100 bedrijven verkopen via één tussenschakel aan de consument en de overige bedrijven verkopen zowel rechtstreeks als via één tussenschakel. In de fruitteelt en (glas)tuinbouw is het percentage van lokale verkoop het hoogste. Daarentegen heeft de melkveehouderij het grootste aantal zogenaamde 'korteketenbedrijven'. Producten waar niet of nauwelijks een bewerking voor nodig is – denk aan eieren en fruit – worden relatief gezien het snelst verkocht via de korte keten.

Provinciale verschillen
Hoewel in elke provincie een groei zichtbaar is geweest afgelopen jaren, zijn er wel degelijk provinciale verschillen. Zo kent de provincie Noord-Brabant (absoluut gezien) de meeste korteketenbedrijven, namelijk 1.375 stuks. Daarna volgen Gelderland (1.138 bedrijven) en Zuid-Holland (847 bedrijven). Procentueel gezien scoort Limburg het hoogste, met een aandeel van 20%. Noord- en Zuid-Holland volgen met een percentage van 19%. Het aandeel in de provincies Groningen, Friesland en Overijssel blijft onder de 10%.

Kijk je naar de omzet door verkoop via de korte keten, dan is de hoogste omzet voor de provincie Zuid-Holland. In die provincie werd over de periode april 2019 tot en met maart 2020 een omzet behaald van €356 miljoen. Ongeveer 80% van die omzet kwam voort uit directe verkoop van de glastuinbouw. Ook landelijk levert de glastuinbouw het meeste in het laatje als het gaat om korteketenverkoop: €595 miljoen. Op afstand volgen de provincies Noord-Brabant (€212 miljoen) en Noord-Holland (€177 miljoen).

Overigens heeft de ontwikkeling van het aantal korteketenbedrijven vooral plaatsgevonden op de (qua economische omvang) zeer kleine bedrijven. Daar was een groei zichtbaar van 47%. De kleine bedrijven groeiden in korteketenverkoop met 33%. Van de grote primaire agrarische bedrijven in Nederland levert nu ongeveer 20% een deel van de afzet via de korte keten. Ook de leeftijd van het bedrijfshoofd speelt een rol. Jongere bedrijfshoofden (onder de 40 jaar) zijn sneller geneigd om via de korte keten te verkopen. Circa 17% van hen doet dat.

Regenradar
Powered by Agroweer

Interview Robert Hoste (WUR)

'Varkens houden voor wereldmarkt vraagt moed'

Nieuws Voer

Voerprijs in maand tijd fors hoger en dat lijkt trend

Opinie Krijn J. Poppe

Winter perfect voor de managementskills van boer

Nieuws Agro Vertrouwensindex

Ondernemersvertrouwen van boeren daalt verder

Blijf op de hoogte

Mis niets en schrijf je in voor onze gratis dagelijkse nieuwsbrief