Column van Krijn J. Poppe:

Ondernemer: koester Nederland Regieland

24 December 2010
De Nederlandse agrosector is in totaal goed voor zo’n 50 miljard. Boeren en tuinders nemen daarvan nog geen 15% voor hun rekening: in 2009 bedroeg de toegevoegde waarde minder dan 7 miljard.
 
Rondom boer en tuinder zijn er steeds meer gespecialiseerde bedrijven, sommige boeren richten zich zelfs nog maar op één activiteit of één gewas. Specialisatie via out sourcing wordt in de hand gewerkt wanneer de kosten van samenwerken en handelen, de zogenaamde transactiekosten,  laag liggen. En afgelopen jaren lijken die kosten gedaald dankzij de moderne informatie- en communicatietechnologie. Neem alleen al de mobiele telefoon, waardoor je een handelaar in het verre buitenland nu gemakkelijk kunt bereiken. En de e-mail, waardoor je even een offerte kunt sturen. Dat was in de jaren zeventig wel anders.
 
Nederland is een handelsland. Afgelopen jaren is ook de handel in agrarische producten fors gegroeid. Handelsliberalisatie, toegang tot Oost-Europa, goedkoop transport en ook hier weer lage transactiekosten voor de handel, hebben een handje geholpen. Zo is de handel met Centraal- en Oost Europa fors gegroeid en Nederlandse bedrijven investeren er ook veel. De investeringen leveren zelfs meer omzet op dan de rechtstreekse leveranties. En bij de uitvoer gaat het niet alleen om varkensvlees of bloemen maar ook om producten die we importeren zoals cacao, koffie, thee, oliehoudende zaden.
 
Ik ontleen deze inzichten aan een rapport van twee LEI collega’s, Frank Bunte en Youri Dijkxhoorn. In hun Nederland regieland beschrijven ze de Nederlandse internationale handel en bespreken met name de transactiekosten-inzichten.

Zo wijzen ze er op dat transactiekosten worden verminderd door tussenpartijen zoals coöperaties. Die stemmen niet alleen vraag en aanbod op elkaar af, maar spreiden ook risico’s en ze zorgen ervoor dat er in de handel geen knollen voor citroenen worden verkocht (omdat het voor hen loont om kwaliteitssystemen op te zetten) en dat er niet al te veel opportunisme optreedt.
 
Bloemenveilingen hebben bijvoorbeeld gestuurd op het verlagen van transactiekosten door standaardisering, automatisering van de import, openstelling voor buitenlandse telers, digitale verkoop en kwaliteitsborging. Zodat hun positie en die van de Nederlandse handel is versterkt.
 
De auteurs van het rapport wijzen er dan ook fijntjes op dat de moderne agroketen niet alleen kennis nodig heeft van agrarische productie en voedingsmiddelen, maar ook van allerlei bedrijfskundige vakken: logistiek, financieel management, juridische aspecten, informatiemanagement, risicobeheer, en nog veel meer. Een uitdaging voor ons onderwijs.

Lage transactiekosten zijn vaak ook het resultaat van vertrouwen. Dat is belangrijk in de handel en als het er niet is, zijn dikke, dure contracten nodig. Meestal komen de Nederlanders er in de Engelse taal niet zo best af. Maar Adam Smith, de grondlegger van de economische wetenschap, stelde in 1766 dat ‘van alle landen in Europa zijn de Nederlanders, het meest commerciële volk, het meest betrouwbaar naar hun woord.’

Een imago om te koesteren. Al was het maar, omdat de Nederlandse boerenproductie profiteert van al die internationale handel.

Krijn J. Poppe
Econoom met een analyserende blik op de landbouw

boerenbusiness.nl

Krijn J. Poppe

Krijn Poppe werkte bijna 40 jaar als econoom bij het LEI en Wageningen UR en vervult nu een aantal advies- en bestuursfuncties. Voor Boerenbusiness duikt hij in zijn boekenkast en bespreekt actuele ontwikkelingen aan de hand van klassiek geworden studies.

Blijf op de hoogte

Mis niets en schrijf je in voor onze gratis dagelijkse nieuwsbrief