Column Krijn J. Poppe

Boeren van toerisme aan de poolcirkel

17 Augustus 2012

Het is bij uitstek de tijd om met eigen ogen te zien hoe het gaat met de combinatie landbouw en toerisme. Tijdens een vakantie in IJsland kwam ik bij toeval drie keer in een agrarisch hotel. In alle drie de gevallen waren de ondernemers trots op hun agrarische wortels, en in alle drie de gevallen viel het mijn inziens nog niet mee om iets bijzonders te maken van de combinatie boerderij en hotel.

De eerste ondernemer die ik sprak was een typisch voorbeeld van het ervaringsfeit dat innovaties vaak tot stand worden gebracht door mensen die ook een andere wereld kennen. Deze boerenzoon was in de jaren zeventig in Keulen volkenkunde gaan studeren, naar eigen zeggen meer om wat van de wereld te zien dan om te studeren. Na terugkomst had hij het veebedrijf van zijn ouders overgenomen en was als een van de eerste in de streek begonnen met ‘paardenvakanties’ aan te bieden, vooral voor de Duitse markt. Er was inmiddels een forse pensioncapaciteit en ik zag vele tientallen paarden.

Het kwam op mij over als echte agrarische verbreding, maar een van de eerste dingen die de ondernemer mij vertelde, was dat hij geen boer meer was, maar recreatie ondernemer in een plattelandsomgeving. En dat in het Noorden van IJsland, de streek die met schapen en melkvee het meest agrarisch is van het land. Op een paar honderd kilometer van de poolcirkel.

Het tweede bedrijf waar ik terecht kwam, was een melkveebedrijf met 40 melkkoeien. De grasoogst was in volle gang. Er was een behoorlijke hotelcapaciteit.  Het bedrijf lag op een indrukwekkende plek in een soort kwelderlandschap met bebouwing op terpachtige verhogingen (van vulkanische oorsprong) met een geweldig zicht op een grote gletsjer. Dit laatste is de werkelijke reden dat veel mensen daar verblijven. 

De ondernemer had drie verbindingen weten te maken tussen boerenbedrijf en hotel: je mag door de schuren wandelen (die daar niet op ingericht waren) en het melken gadeslaan, er was boerderij-ijs van eigen melk (want wie wil er geen ijs op IJsland?). En de tv’s op de kamers hadden naast twee IJslandse kanalen ook vier kanalen met beelden van webcams in de koeien- en kalverstallen.

Een derde ervaring was een farm-hotel waar het farm-idee beperkt was tot de oude Cormick Farmall die bij de oprijlaan ons welkom heette en de rundveemestlucht van de buren. Het boerenechtpaar was trots op het verleden als boer, maar sinds 1973 volledig omgeschakeld naar ‘toeristische services’, met onder meer een huisjespark, een golfbaan, de verhuur van quads en vooral een fors hotel in modern design ingepast in het landschap.

Al met al lijkt verbrede landbouw in IJsland - althans het deel dat ik bezocht - vooral omschakeling van landbouw naar toerisme om zo het ondernemerschap tot waarde te brengen. In een situatie waarin landbouw niet erg concurrerend is, en toeristen eerder voor natuur, ijs en lava komen dan voor boeren, is dat logisch. Misschien ligt het elders in Europa anders. Maar als econoom denk ik dat een duurzame combinatie op meer plaatsen lastig is: specialisatie is in de economie een veel sterkere kracht dan multifunctionaliteit.

Krijn J. Poppe
Econoom met een analyserende blik op de landbouw

boerenbusiness.nl

Krijn J. Poppe

Krijn Poppe werkte bijna 40 jaar als econoom bij het LEI en Wageningen UR en vervult nu een aantal advies- en bestuursfuncties. Voor Boerenbusiness duikt hij in zijn boekenkast en bespreekt actuele ontwikkelingen aan de hand van klassiek geworden studies.

Blijf op de hoogte

Mis niets en schrijf je in voor onze gratis dagelijkse nieuwsbrief