Column Krijn J. Poppe

Aftoppen bedrijfstoeslag politiek voor de bühne

6 Februari 2013

Sommige boeren ontvangen forse bedragen aan directe inkomenssteun uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Het gaat dan om agrarische bedrijven van vele honderden, soms meer dan duizend hectare. In Nederland zijn het uitzonderingen, maar in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk of in sommige Oost-Europese staten komt het meer voor.

Dat sommigen een paar keer de Balkenende-norm krijgen, is lastig uit te leggen. Misschien nog wel lastiger dan het fors betalen van een puinruimer bij een bank. En dus is het politiek correct om te proberen die bedragen aan de bovenkant te begrenzen. Waartoe de Europese Commissie dan ook voorstellen doet voor het beleid voor komende jaren. Vanaf 150.000 euro wil Brussel 20 procent gaan korten, oplopend tot 100 procent boven de 300.000 euro.

De commissie ontkracht een groot deel van het effect, omdat ze wel begrip heeft voor de situatie van de grotere bedrijven in het oosten van Europa met hun personeel. En dus heeft zij een correctie bedacht: je mag de betaalde arbeidskosten aftrekken van de toeslagen voor de korting wordt berekend.

Gevolg is dat nog maar 1,3 procent van de toeslagen wordt ingehouden door de aftopping. In Bulgarije is dat percentage met bijna 10 procent het hoogst, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk met 5,2 procent. Maar op EU-27 niveau stelt het dus niet veel voor.

Economen uit Halle (Duitsland) hebben de voorstellen inmiddels kritisch bekeken en wijzen er op dat de aftopping niet erg vriendelijk is voor het gezinsbedrijf. In eerste instantie zou je denken van wel: het grootbedrijf wordt getopt. Maar die bedrijven duiken er door de personeelscorrectie vaak onder, of kunnen door een wat intensiever bouwplan of wat meer vee dat kosteneffectief doen.

Grotere familiebedrijven met veel gezinsarbeid (vader en zoon(s) bijvoorbeeld), gespecialiseerd in de akkerbouw en waar een deel van het oogsten door loonwerkers gebeurt, hebben weinig salariskosten en worden meer dan gemiddeld gepakt. Uit een simulatie op langere termijn blijkt dat vooral deze bedrijven het zwaarder krijgen in de grondmarkt, terwijl de allergrootsten hun positie verbeteren.

Bedrijven kunnen hier natuurlijk aan ontkomen door zich in een BV salaris toe te kennen of een bedrijf (administratief) te splitsen als zij daar een aannemelijke reden voor weet te vinden. Leuk voor de accountant en de notaris. Of door zelf minder profijtelijk een combine te kopen. Leuk voor John Deere en niet leuk voor de loonwerker.

De verhoudingen in de landbouw zijn scheef. Als je iedereen met een paar hectare grond en een paar schapen een boer noemt, moet je niet raar staan te kijken dat 20 procent van de boeren 80 procent van de grond heeft. En dus 80 procent van de premies krijgt als je die grondgebonden maakt. Aftopping verandert daar weinig aan en kan dus worden geschrapt. Het is politiek voor de bühne en zinloos werk voor ambtenaren.

Krijn J. Poppe
Econoom met een analyserende blik op de landbouw

Literatuur: C. Sarhbacher et al.: Capping direct payments in the CAP: another paper tiger?  In EuroChoices 2012-3

boerenbusiness.nl

Krijn J. Poppe

Krijn Poppe werkte bijna 40 jaar als econoom bij het LEI en Wageningen UR en vervult nu een aantal advies- en bestuursfuncties. Voor Boerenbusiness duikt hij in zijn boekenkast en bespreekt actuele ontwikkelingen aan de hand van klassiek geworden studies.

Blijf op de hoogte

Mis niets en schrijf je in voor onze gratis dagelijkse nieuwsbrief