Column Krijn J. Poppe

Boeren moeten opletten baas in coöperatie te blijven

25 Maart 2013

Steeds meer coöperaties gaan de grens over. Veel Nederlandse coöperaties exporteren al sinds hun oprichting. Maar steeds vaker hebben ze boeren-leveranciers in meerdere landen. In een recent onderzoek voor de EU telden we 46 transnationals, dat wil zeggen, coöperaties met leden in meer dan één lidstaat. Daaronder ook 16 Nederlandse, zoals FrieslandCampina, CRV, Avebe en The Greenery.

Naast die transnationals telden we ook nog 45 internationals, coöperaties die grondstoffen van boeren in meerdere lidstaten verwerken of verhandelen, maar alleen de boeren uit eigen land als lid hebben terwijl de anderen worden behandeld als gewone leveranciers. Een combinatie kan ook: zo heeft FrieslandCampina Nederlandse en Duitse leden, en boerenleveranciers in bijvoorbeeld Hongarije.

De internationalisatie zal komende jaren doorzetten. In verschillende landen, zeker ook in Nederland, zijn inmiddels nationale kampioenen gevormd, die bij verdere nationale fusies tegen mededingingsregels aanlopen. Omdat het aantrekkelijk blijft de hoge kosten van management, marketing en R&D uit te smeren over een zo groot mogelijke productie, en om tegenwicht te bieden aan de veel grotere retailers, zal het fusieproces doorzetten. Noodzakelijkerwijs zal dat dus steeds vaker een fusie of overname over de grens zijn.

Coöperaties blijven daarbij belangrijk, want ons onderzoek in de Europese zuivel leerde dat regio’s met een hoog marktaandeel voor coöperaties  een hoger prijsniveau en minder volatiliteit in de prijzen laten zien. Daar profiteren ook niet-leden van, die vaak zelfs een nog wat hogere prijs ontvangen: ‘particuliere’ ondernemingen (zoals beursgenoteerden) leggen zich toe op speciale producten als babyvoeding of ijs wat een marge oplevert om net iets meer per liter melk te betalen en zo de boer te compenseren voor het risico dat de onderneming plotseling vertrekt of het ontbreken van een afnameplicht als de vraag daalt.

Meer internationale en transnationale coöperaties dus. Dat roept de vraag op of de boeren wel kans zien om als eigenaar de zeggenschap in die multinationals te houden. Er wordt op dat vlak het nodige geëxperimenteerd: soms benoemt de ledenraad alleen een professioneel management dat ook het coöperatiebestuur is, met een Raad van Commissarissen die daar toezicht op houdt.

Minder organen, snellere besluitvorming en minder toezicht. Vaak is er een juridische scheiding tussen de coöperatieve vereniging en onderneming, met als optie een personele unie tussen het Bestuur van de coöperatieve vereniging en de Raad van Commissarissen van de onderneming.

Boeren hebben verschillende mogelijkheden voor de organisatie van het bestuur van de coöperatie. In onze Europese studie leerden we dat in veel gevallen er ruimte is voor versterking van het bestuur en het toezicht. In sommige landen is de wetgeving beperkend om bijvoorbeeld niet-leden als accountants of marketing-deskundigen te benoemen in de raad van commissarissen.

Bij verdere groei van de coöperatieve onderneming dienen directies de benodigde ruimte te krijgen, maar moeten ook de vaardigheden van bestuur en de raad van commissarissen versterkt te worden, zodat er goed toezicht is en strategische discussies met leden in goede banen worden geleid. Ook in Nederland moeten boeren opletten dat ze (samen met de buitenlandse collega’s) baas in de eigen coöperatie blijven.

Krijn J. Poppe
Econoom met een analyserende blik op de landbouw

boerenbusiness.nl

Krijn J. Poppe

Krijn Poppe werkte bijna 40 jaar als econoom bij het LEI en Wageningen UR en vervult nu een aantal advies- en bestuursfuncties. Voor Boerenbusiness duikt hij in zijn boekenkast en bespreekt actuele ontwikkelingen aan de hand van klassiek geworden studies.

Blijf op de hoogte

Mis niets en schrijf je in voor onze gratis dagelijkse nieuwsbrief