Na 2015 is het gedaan met het melkquotum en krijgen melkveehouders te maken met de wereldmarkt. Dit brengt grote prijsschommelingen mee, maar nu is de vraag wie de verantwoordelijkheid moet nemen voor dit prijsrisico: de melkveehouder of de coöperatie? Het antwoord bleef uit op het symposium "Prijsrisicomanagement in de agrarische sector".
"Wanneer we een cent minder krijgen voor de eieren kost dat 1 miljoen euro omzet", zegt Noud Janssen, pluimveehouder en voorzitter van de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB). "Het is zaak om grip te krijgen op de prijzen. Dit vraagt om een nieuwe vorm van ondernemerschap."
In België zijn ze daarom begonnen met de Pig Trading Company (PTC). De reden dat varkenshouders daarmee begonnen zijn is dat het water ze tot aan de lippen staat. "We zoeken naar nieuwe wegen", laat een betrokken veehouder uit het publiek weten.
In Nederland is de situatie net even anders, omdat hier veel boeren leveren aan een coöperatie, waardoor ze een soort van poolprijs ontvangen. Oftewel de winsten en verliezen worden verdeeld over de hele groep. Dan komt ook de vraag bovendrijven wie het risico gaat managen wanneer het melkquotum, of bij de zetmeelaardappelen de zetmeelsteun, verdwenen is. Gaat de veehouder dat doen of moet de coöperatie dat doen?
Joost Pennings, onder meer professor Finance aan de Universiteit van Maastricht, geeft aan dat voor een coöperatie zaken doen op de termijnmarkt interessant kan zijn vanwege het omlaag brengen van de kapitaalkosten, wat weer zorgt voor een hogere bedrijfswaarde.
Bij coöperaties is er echter een vieze bijsmaak te bespeuren waar het handelen op de termijnmarkt aangaat in verband met speculatie. "Een speculant leeft gemiddeld drie maanden", geeft Pennigs aan. "Een Cargill deed bijvoorbeeld de uitspraak : "Wij zijn de markt". En dat klopt omdat ze precies weten wat de voorraden zijn en wat er uitgaat en inkomt. Bovenal wil je met de termijnmarkt je prijsvolatiliteit verminderen."
Vooral voor bedrijven met een eenzijdig productpakket kan de termijnmarkt uitkomst bieden, omdat die veel meer tegen de wereldmarkt aanleunen. FrieslandCampina heeft daarentegen zo"n groot productpakket dat ze veel minder hinder ondervinden van de wereldmarkt.
Het is echter geen vast gegeven dat het hele bedrijf er aan mee moet doen. Er zitten grote verschillen tussen ondernemers, waarbij een zwaar gefinancierde jonge ondernemer veel meer animo zal hebben voor een alternatief contract dan een oudere, vrijwel hypotheekvrije ondernemer. A-Ware heeft bijvoorbeeld al bekend gemaakt met verschillende contracten te willen gaan werken.
Voor coöperaties blijft het een lastige materie maar Bas Boots is ervan overtuigd dat de markt gaat bewegen. "Je hebt te maken kopieergedrag; wanneer de buurman het doet volgen er meer. Tevens zullen er langere periodes van lagere prijzen komen." Ook Boots verwacht dat er andere ondernemingen gaan komen, waarvan een toevallig gelinkt is aan Fonterra. Fonterra maakte afgelopen jaar bekend een proef te willen gaan doen met een vaste melkprijs.
Alles bij elkaar blijkt risicomanagement voor veel coöperaties net zo nieuw als voor veehouders, terwijl de mengvoerbedrijven en akkerbouwers al heel lang gebruik maken van de termijnmarkt. "Het is goed om naar anders sectoren te kijken", aldus LLTB.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.