Een stijging van de cash settlement voor boter in combinatie met een lagere Nederlandse inbreng kan alleen maar hogere prijzen in Duitsland en Frankrijk betekenen. Melkpoeder laat wel een daling zien.
De cash settlement voor boter, samengesteld uit de Nederlandse, Duitse en Franse prijs, voor week 21 stijgt naar 4.152 euro per ton. Een plus van 10 euro in vergelijking met de week ervoor. Nederland kende echter een verlaging van de boterprijs wat inhoudt dat het de Duitse en Franse inbrengen zijn die de prijs optrekken.
Waar de boterprijs stijgt daalt die van magere melkpoeder. Een daling van 30 euro zet deze weer op 3.157 euro per ton.
De verschillende ontwikkelingen bij boter zijn terug te zien op de termijnmarkt. Boter sloot dinsdag af met 4.058 euro per ton, maar opende woensdag met een bedrag van 4.085 euro per ton. Waarop zelfs een aantal contracten verhandeld zijn. Inzetten voor juni en juli liggen lager, maar nog wel op of boven de 4.000 euro per ton.
Bij magere melkpoeder is het vooral heel rustig. Ook hier ligt de koers van de termijnmarkt onder die van de fysieke markt. Zo doet magere melkpoeder voor mei 3.100 euro per ton en voor juni zelfs 3.075 euro per ton. Voor verder weg liggen de prijzen hoger.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.