Het areaal consumptieaardappelen moet naar beneden in de EU-4. Daar is iedereen het in de sector wel over eens. Maar met hoeveel procent dat gaat gebeuren, daar wisselen de ideeën sterk over. De geschiedenis laat zien dat afname van meer dan 5% uitzonderlijk is, maar onmogelijk is het niet.
Simpel gezegd heeft de productie van consumptieaardappelen de behoefte van verwerkers ruimschoots overstegen. Dankzij een recordareaal en -productie, gekoppeld aan minder fritesafzet, is de situatie in de keten met 180 graden gekanteld. Over de gevolgen maakten we recent een uitgebreide analyse.
Al voor het contracteren voor oogstjaar 2026 begon riepen insiders op om het areaal consumptieaardappelen in de EU-4 landen (Duitsland, Frankrijk, België en Nederland) met minimaal 10% te reduceren dit jaar. Lange tijd neigde het sentiment onder telers eerder naar een afname van krap 5% dan een verdere krimp. Inmiddels is die stemming gekenterd. Daarbij moeten wel een forse onzekerheidsmarge in acht worden genomen.
Ongewoon, maar niet onmogelijk
Dat een stevige areaalreductie moeilijk te realiseren is wijst de recente geschiedenis uit. Voor het laatst daalde het areaal in 2021. Toen met 4,8% (23.870 hectare), nadat de aardappelmarkt eveneens was geïmplodeerd. Corona was toen de grote boosdoener en de sector herstelde zelfs sterker dan ooit.
In 2012 was zelfs sprake van 8,7% areaalreductie (39.100 hectare), toen na het zeer slechte jaar 2011 fors minder werd gepoot. Dat het areaal met meer dan 10% afnam, gebeurde de laatste keer eind jaren 90. Het is dus zeker hoogst ongewoon te noemen, maar niet onmogelijk.
In de EU-4 bedroeg het consumptieaardappelareaal vorig jaar naar schatting 606.190 hectare. Bij een afname van 10% praat je over een absolute daling tot 545.571 hectare (-60.619 hectare). Dat is dus behoorlijk meer dan in 2021 of 2012 werd gerealiseerd. Daarmee komt de Europese aardappelteelt nog wel 5,8% boven het areaal van 2023 uit, toen nog wel sprake van een gezond marktverloop was. De stijgingen van de laatste twee seizoenen wordt wel grotendeels teniet gedaan.
Verantwoordelijkheid
Het totaal areaalcijfer is een platgeslagen werkelijkheid. Voor de vier verschillende landen is sprake van een eigen uitgangspunt. Met 24.000 hectare steeg het Franse areaal afgelopen jaar bijna 14% en dat van Duitsland met 8,2%. Een groei van 16.690 hectare. Om het verschil te maken in Noordwest-Europa moet de daling hier dus ook het grootste zijn.
Om uit te gaan van een generieke daling doet de praktijk geen recht. Hoe de landen individueel bewegen is nu nog erg lastig te zeggen. Volgens insiders daalt het Franse areaal dit jaar behoorlijk. Akkerbouwers daar willen graag vaste afspraken voor hun afzet en die zijn dit jaar minder te maken. Ook zijn er afnemers die het areaal in Noord-Frankrijk laten krimpen en de voorkeur geven aan teelt dichter bij huis.
In Duitsland kiezen aardappeltelers mogelijk weer meer voor zetmeel en vlokken, al zitten ook deze segmenten vol. Voor België en Nederland is het signaal over een duidelijke daling minder sterk. Het zijn vooral de verwerkers die de arealen laten krimpen.
Waar overduidelijk wel sterke krimp merkbaar is, is het areaal vroege aardappelen. Met volle bewaarschuren hebben fritesproducenten en de tussenhandel deze teelt laten halveren, zo zeggen insiders. Dit is natuurlijk een relatief klein segment, maar het zorgt hopelijk wel voor ademruimte bij de laatste bewaaraardappelen.
|
Land |
Areaal 2026 in ha |
Opbrengst t/ha (gem.) |
Totale opbrengst |
|
Duitsland |
201.600 (-8%) |
43,75 |
8,82 |
|
Frankrijk |
180.320 (-8%) |
40,84 |
7,36 |
|
België |
100.400 (-7%) |
41,28 |
4,14 |
|
Nederland |
79.780 (-6%) |
42,86 |
3,42 |
|
Totaal |
562.100 (-7,3%) |
23,74 |
In bovenstaand overzicht is een mogelijk scenario voor dit jaar te zien. Voor de opbrengsten per hectare zijn we uitgegaan van het vijfjarig gemiddelde voor dat land. Bij dit scenario daalt het areaal consumptieaardappelen met 44.000 hectare. Goed voor 7,3% krimp. In theorie levert dat een opbrengst van 23,74 miljoen ton op.
Opbrengst blijft groot
Deze opbrengst ligt 13,6% onder het niveau van vorig jaar en net iets boven het vijfjarig gemiddelde van 23,63 miljoen ton. Met dit volume is de aardappelindustrie in de EU-4 beter in balans, al blijft het de vraag of het voldoende is. Het is nog altijd meer dan de 22,89 miljoen ton die in 2023 werd gerooid. Veel hangt ook af van hoe de fritesafzet zich gaat ontwikkelen en hoeveel product het Midden-Oosten afneemt. Die situatie is nu erg onzeker.
Het is uiteindelijk de opbrengst per hectare, en daarmee de totale oogst, die met het areaal bepaalt wat geoogst gaat worden. Dat het raar kan lopen zagen we ook in 2012. Eerst een fikse areaalafname, gevolgd door grote droogte. Dat leverde uiteindelijk hoge marktprijzen. Zo'n situatie is dus niet ondenkbaar.
Ook de bewegingen in andere landen zijn van belang voor een gezonde aardappelsector. In Polen nam het areaal aardappelen vorig jaar toe tot een totaal van 213.000 hectare. De grootste oppervlakte van 2021. Dat het areaal dit jaar krimpt, of deels verschuift richting meer zetmeel, is wel duidelijk. Betrouwbare schattingen ontbreken nog. In Zuid-Europa daalde het areaal vorig jaar al fors. Pootgoedverkopers hebben het voor dit jaar zelfs over een reductie van meer dan 20%.
Minder pootgoed
Uit de meest recente pootgoedexportcijfers blijkt dat Europese landen een vijfde minder pootgoed hebben afgenomen tot 1 maart. Handelshuizen bevestigen dat ze met grote hoeveelheden blijven zitten. Slecht nieuws voor deze bedrijven, maar het toont wel dat het aardappelareaal significant gaat afnemen dit jaar. Wel waarschuwen insiders voor het gebruik van meer eigen pootgoed (farm saved seed), wat het lastig maakt om een goede inschatting te maken.
Een areaalafname van meer dan 7% moet dus haalbaar zijn, en wenselijk vanuit marktperspectief, maar of de 10% gehaald gaat worden is nog een groot vraagteken. De wens vanuit de afnemers is er, maar of telers hier ook in meegaan valt te bezien. Zij maken nu waarschijnlijk opnieuw de rekensom. De grond is aanwezig en vrij pootgoed goedkoop voorhanden. Daar staat tegenover dat vaste afspraken niet gemaakt kunnen worden en teeltkosten, met name voor diesel en kunstmest, blijven stijgen. Of een teler dat risico aandurft, is aan iedere ondernemer voor zich.