Het Franse aardappelareaal krimpt door overaanbod en zwakke afzet, terwijl regionale verschillen zichtbaar worden. Tegelijk blijft onzekerheid over opbrengst door droogte. Lees meer over areaalkrimp in Frankrijk.
De raming van de aardappelorganisaties valt lager uit dan de eerste raming van de statistiekdienst Agreste van het Franse landbouwministerie, maar hoger dan de tweede raming die de dienst eerder deze maand publiceerde. Agreste mikte eerst op een krimp van 5,2%. Later volgde een bijstelling naar een areaalvermindering van 13,3%. De aardappelorganisaties zitten daar dus tussenin.
De raming is gebaseerd op een enquête onder telers in de belangrijkste aardappelregio's, aangevuld met de Agreste-cijfers van 1 juni. Opvallend daarbij is dat UNPT de officiële cijfers per 1 juni voor enkele gebieden met vroege aardappelen te optimistisch noemt. Desondanks komen de aardappelorganisaties met hun raming iets hoger uit dan Agreste.
De grootste krimp in hectares is zichtbaar in de traditionele teeltgebieden voor de verwerkende industrie. In Hauts-de-France, de belangrijkste aardappelregio van Frankrijk, neemt het areaal met ruim 12.000 hectare af. In Nord–Pas-de-Calais bedraagt de daling 12% en in Picardië 9%.
Ook Centre-Val de Loire (-10%), Champagne-Ardenne (-8%) en Haute-Normandie (-7%) leveren fors areaal in. Ondanks deze krimp blijft Hauts-de-France goed voor ongeveer 61% van het totale Franse aardappelareaal.
In de genoemde teeltregio's hebben de aardappelorganisaties hun enquête uitgevoerd. De totale oppervlakte in deze regio's komt op 150.534 hectare en dat is 9,9% minder dan vorig jaar.
De teelt in de resterende zuidelijkere regio's wordt gebaseerd op Agreste-cijfers. Het areaal in deze gebieden daalt met 9,7% naar 22.881 hectare. In Bretagne krimpt de teelt minimaal. In Ile de France daarentegen is sprake van een afname met 18%. Ook in de wat kleinere regio's is sprake van een dergelijke krimp.
Logisch gevolg
Volgens UNPT is de areaalkrimp een logisch gevolg van het forse overaanbod waarmee de sector in seizoen 2025/26 werd geconfronteerd. De combinatie van een recordoogst, een zwakke markt voor vrije aardappelen en een onzekere economische en geopolitieke situatie heeft veel telers ertoe gebracht hun bouwplan aan te passen.
Vooral de teelt voor de verwerkende industrie is teruggeschroefd, terwijl de teelt voor de versmarkt een beperktere daling laat zien. Over de uiteindelijke opbrengst doen de Franse aardappelorganisaties nog geen uitspraken. De gewasontwikkeling verliep na het poten aanvankelijk gunstig, maar aanhoudende droogte en recente hittegolven kunnen het opbrengstpotentieel nog beperken.