Volgens het USDA daalt het areaal aardappelen in de Verenigde Staten harder dan de sector eerder zelf had ingeschat. In acht staten worden dit jaar minder aardappelen verbouwd. Fritesaardappelen zijn, opvallend genoeg, niet de grootste daler. Vooral andere segmenten krimpen. Lees meer over de areaalkrimp.
De situatie in de VS is niet vergelijkbaar met Europa, maar ook dit land kende een goede aardappelopbrengst vorig jaar. Het areaal laat er voor het derde jaar op rij een daling zien en vestigt een laagterecord. Zoveel was dit voorjaar al duidelijk. Die daling pakt volgens het landbouwministerie toch iets groter uit, zo blijkt uit de eerste schatting voor seizoen 2026/27.
Areaal fors lager
In totaal hebben Amerikaanse aardappeltelers 11.736 hectare minder uitgepoot dit jaar. Daarmee komt het totale areaal uit op 353.298 hectare en dat is recordlaag. Ten opzichte van het vijfjarig gemiddelde gaat het om 24.000 hectare minder aardappelen in de VS.
In Idaho hebben telers het meest gesneden in het aardappelareaal. Daar is er 6.070 hectare af gegaan. Een daling van bijna 5%. Met 121.400 hectare blijft het wel verreweg de meest belangrijke aardappelstaat in het land. Sinds 2010 was het areaal maar één keer eerder zo klein. Dat heeft alles te maken met minder aardappelen die voor vlokken en granulaat worden geteeld en tafelaardappelen. Fritesaardappelen zijn juist iets meer uitgepoot als gevolg van meer gecontracteerde hectares door de fritesproducenten.
Het is erg droog en heet in de staat, met het kwik dat geregeld de 35 graden aantikt. Daarbij zijn ook natuurbranden ontstaan. Lokaal is sprak van hagelschade aan gewassen. In het oosten van Idaho zijn de aardappelgewassen iets vertraagd door vorst dit voorjaar.
Voor Washington, de nummer twee qua aardappelen, laat het USDA het areaal ongemoeid. In de nummer drie, North Dakota, gaat er 4,3% af. Goed voor 1.214 hectare. In Wisconsin, Colorado, Michigan en Nebraska is 800 hectare per staat minder gepoot.
Meer fritesaardappelen
Dat het aardappelareaal het kleinst is sinds 1952 is een belangrijke factor, maar uiteindelijk bepaalt de hectareopbrengst de oogst. Afgaand op een gemiddelde opbrengst valt de totale oogst dit jaar 2,3% kleiner uit dan vorig jaar. Misschien opvallend, zeker vanuit Europees perspectief, is dat er over de gehele lijn iets meer fritesaardappelen zijn gepoot. Er zijn wel fabrieken die hun contractpositie iets hebben afgebouwd, maar dat is door andere bedrijven weer opgevuld.
Aardappelverwerkers teren op een goede binnenlandse vraag, die zeker in de maanden april en mei erg goed was. De Amerikaanse export van frites lag over twaalf maanden tot mei ruim 10% onder dezelfde periode in de twaalf maanden ervoor. De export van gedroogde aardappelproducten kwam in dezelfde periode 14% lager uit. Daarnaast hebben fabrieken nog zeer grote voorraden. Dit heeft ertoe geresulteerd dat voor dit seizoen flink is gesneden in de contractvolumes.