Zomer 2026 verloopt tot nu toe extreem warm en droog. In heel Europa deelt die een gevoelige tik uit aan de gewassen zoals aardappelen. Een nieuwe hittegolf staat voor de deur. Hoe kunnen de gewassen die het hoofd bieden en wat is de impact?
De eerste extreem warme periode zijn de meeste aardappelgewassen redelijk doorgekomen. In de eerste helft van juni viel, onder andere in Nederland, op veel plekken voldoende regen van betekenis, waardoor de gewassen een kleine buffer hadden en er vitaal op stonden. Zeker op droogtegevoelige gronden hebben de extreme temperaturen een tik uitgedeeld. Wat gebeurt er wanneer er opnieuw een hittegolf over deze aardappelen heen gaat?

Grote verschillen
De onderlinge verschillen zijn dit jaar groot qua zetting en gewasontwikkeling. Dat laat de Boerenbusiness Gewastour duidelijk zien. Aan het einde van de eerste hete periode, eind juni, was een slijtageslag aan de gewassen merkbaar. Het Belgische Viaverda registreert verwelking in extreme gevallen. In Nederland hebben we een koele week achter de rug, al viel het met de neerslag meestal wel mee. Vooral lokaal is er soms neerslag van betekenis gevallen. Elders in Noordwest-Europa bleef het overwegend droog en warm.

In Frankrijk en Spanje is het aanhoudend extreem warm. De graangewassen rijpen in een rap tempo af, maar voor de 'zomergewassen' is het nu erop of eronder. 27 juni viel er in het noordwesten van Frankrijk nog enige regen van betekenis, maar dat is inmiddels wel weer verdwenen. Meer naar het oosten is het al veel langer droog.
Doorwas
De Belgische bodemvochtkaarten kleuren nog niet donkerbruin, maar van veel regen is in het land zeker geen sprake. Percelen die tijdig gepoot waren en goed dicht stonden zijn de weersomstandigheden wel redelijk doorgekomen. Bijkomend voordeel is dat er niet te veel zonne-instraling was op de ruggen. Loopt de temperatuur tot boven de 25 graden op, dan neemt het risico op doorwas sterk toe.
Crisissituatie
Van de 101 departementen die Frankrijk telt is in 96 nu officieel sprake van droogte. In 34 departementen is sprake van een crisissituatie en nog eens 22 bevinden zich in op een kantelpunt. Voor de granen wordt verwacht dat de opbrengsten tussen de 5% en 10% lager gaan uitvallen. De grootste schade komt voor rekening van groentegewassen zoals aardappelen, maar ook andere groentes als uien en wortelen. De Franse groentesector verwacht minimaal 20% opbrengstderving. Ook voor maïs is de situatie slecht aangezien de bloeiperiode is aangebroken.
In Spanje tikt het kwik geregeld de 40 graden aan en is het al veel langer extreem heet en droog. De aardappeloogst is er al een tijdje bezig, waarbij insiders het hebben over minimaal 10% tot 15% opbrengstderving. Boeren in Italië kampen met dezelfde problemen. Op de Povlakte, het belangrijkste akkerbouwgebied van het land, is een gebrek aan beregeningswater met verzilting als gevolg.

Droogte in Duitsland
Bij onze oosterburen is de situatie wisselend. Het oosten en zuidwesten is zeer droog, maar ook de grensregio met Nederland kleurt dieprood op plekken omdat de bodem nauwelijks meer vocht bevat. Midden-Duitsland en het noordwesten komen er beter van af. Daar is wel regen van betekenis gevallen. Dit heeft als gevolg dat de aardappelgewassen er ook wisselend op staan. Lokaal is daarbij zeker sprake van droogtestress.
De temperaturen in Duitsland bereikte twee weken geleden wel de 40 graden en ook afgelopen week bleef het overwegend warm. Net als bij ons is het begin deze week wisselvallig. Duitsland heeft duidelijk even met een wat koeler weertype te maken. Richting het einde van week keert de zon vaker terug en wordt het ook flink warmer. De effecten op de gewassen worden steeds duidelijker. Vochtreserves in de bodem bevinden zich op hun laagste niveau in acht maanden tijd. Voor maïs, suikerbieten en aardappelen wordt de grootste schade verwacht.
Polen iets beter
Ondanks dat het ook in Polen erg heet is geweest, met temperaturen tussen 35 en 40 graden, staat het land er nog (iets) beter voor dan West-Europa. Vooral in het midden en zuidoosten van het land is het erg droog, met watertekorten die oplopen tot ruim boven de 200 millimeter. In het zuiden, westen en noorden is nog meer vocht beschikbaar. Daar groeien ook de meeste aardappelen. Dit blijkt uit een nieuwe droogtemonitor van het agrarisch onderzoeksinstituut IUNG PIB.
In een vijfde van de Poolse gemeentes is nu sprake van droogte volgens het instituut. Dat is een beetje afhankelijk van het gewas. Op een aantal plekken in het land was ook sprake van lokaal extreem weer. Het gaat vooral om wind, die voor legering van granen heeft gezorgd. Met 10 tot 20 millimeter bleef de neerslag zeer beperkt.
Halverwege de week keert een hogedrukgebied terug en krijgen we ook in Nederland weer met hogere temperaturen te maken. Het kwik gaat dan, zeker in het zuiden, opnieuw omhoog naar 30 tot zelfs 35 graden. Mogelijk treden dan ook weer zware regen- en onweersbuien op, afkomstig uit het zuidoosten van Europa, maar of die tegen het hogedrukgebied kunnen opboksen is de vraag.
Juli extreem warm
De huidige weermodellen wijzen voor de tweede helft van juli op zeer warm weer. In delen van Duitsland en Frankrijk wordt het dan opnieuw 40 graden. Daarbij blijft het broeierig en erg onstabiel. Dat is geheel passend bij de hondsdagen. Een periode tussen 20 juli en 20 augustus waarbij het vaak warm en broeierig is, met op zijn tijd een flinke onweersbui. Verlopen de hondsdagen regenachtig, dan blijft het regenachtig, zo luidt een oude boerenwijsheid. Hebben we die periode overwegend droog weer, dan gaan we een zonnig najaar tegemoet.
De verwachting voor juli heeft zo veel weg van juli 2018. In De Bilt werd het toen heel de maand warmer dan 20 graden en vijf dagen met 30 graden of meer. Lokaal duurde de hittegolf van 12 juli tot 9 augustus. Of we een herhaling krijgen van die zomer valt nog te bezien. De impact op de aardappelopbrengsten was destijds enorm, wat werd versterkt door een slechte structuur in het voorjaar en natte pootomstandigheden. Dit jaar verliep het allemaal een stuk voorspoediger.
De gemiddelde aardappelopbrengst voor de EU-4 kwam dat jaar uit op 37,12 ton per hectare, tegenover een vijfjarig gemiddelde van 45,27 ton. De afgelopen vijf jaar lag het gemiddelde op 42 ton (net als het gemiddelde voor 2025), waarmee de opbrengsten dus wel iets gedaald zijn. Ook in 2022 had het weer de aardappeloogst in zijn grip, met een gemiddelde van 39,9 ton voor de EU-4. Gekoppeld aan een fors kleiner areaal van 11% kunnen de huidige weersomstandigheden dit jaar grote gevolgen gaan hebben voor de aardappeloogst.