De aardappelopbrengsten van de vroege en halfvroege aardappelrassen Amora en Sinora liggen iets onder het meerjarig gemiddelde. Dat blijkt uit de eerste proefrooicijfers van Viaverda en Inagro. De verschillen tussen percelen zijn erg groot. Beregening speelt een rol, maar ook het gebruikte pootgoed.
De onderzoekers van Viaverda en Inagro bemonsteren dit jaar onder andere acht percelen met het ras Amora in West- en Oost-Vlaanderen. De gemiddelde bruto-opbrengst van deze percelen komt uit op 30 ton per hectare op 1 juli. Gemiddeld is dat een ton of twee meer. In 2023 en 2024 lagen de opbrengsten nog iets lager. Gemiddeld hebben de percelen 85 groeidagen achter de rug. Na zoveel dagen is de opbrengst normaal 34 ton, een verschil van 12%.
Beregenen heeft effect
Twee van de percelen werden in maart gepoot. Zij behalen dan ook de hoogste opbrengsten, van 34 en 37 ton per hectare. Voor de zes velden die in april zijn gepoot wisselen de opbrengsten van 25 tot 33 ton, waarmee meespeelt of is beregend. De sortering 50 mm opwaarts komt gemiddeld op 21 ton (73% van het totaal). De percelen met een laag knolaantal zijn zeer grof.
Het bemonsterde knolaantal wisselt sterk tussen percelen, mede door het gebruikte pootgoed. Ook denken de onderzoekers dat het bodemvocht een grote rol heeft gespeeld. Hoe droger de grond, des te lager het knolaantal. Gemiddeld zitten er 11,6 knollen aan een plant. De variatie is met 6,8 tot 14,5 erg groot.
Prima bakkwaliteit
De acht percelen zaten afgelopen week op een onderwatergewicht van 339 gram. Het vroegste perceel zat al boven de norm van 360 gram. Dit is normaal na 85 groeidagen. Van afrijpen is dus nog lang geen sprake. Tarra werd weinig gevonden en ook de bakkleur is zeer goed.
Komende week worden de percelen opnieuw bemonsterd en ook de percelen Sinora. Eind juli wordt het ras Fontane, op bijna 20 percelen, voor het eerst bemonsterd. Daarnaast worden ook acht percelen Innovator en acht percelen Challenger gevolgd dit seizoen.