Droogte en hitte drukken de opbrengst en sortering van Fontane-aardappelen in België, terwijl percelen versneld afrijpen. De verschillen met het meerjarig gemiddelde zijn groot. Lees meer over opbrengst en sortering in de proefrooiing van Fontane.
De eerste proefrooiing van de Belgische onderzoeksinstituten Viaverda, Inagro, Fiwap en Carah op 33 praktijkpercelen leverde een gemiddelde opbrengst op van 28 ton per hectare. Slechts een derde daarvan zat in de sortering 50 millimeter opwaarts. De aanhoudende droogte en hoge temperaturen remmen de knolgroei, terwijl veel percelen al relatief ver zijn afgerijpt.
Een vergelijking op basis van 98 groeidagen laat zien dat de opbrengst dit jaar 8 ton lager ligt dan het 5-jarig gemiddelde. Nog groter is het verschil in de maat 50 millimeter opwaarts. De eerste proefrooiing leverde gemiddeld 9 ton grove aardappelen op, tegenover 20 ton in het 5-jarig gemiddelde.
De bruto-opbrengst varieert sterk, van 16 tot 41 ton per hectare. Op sommige percelen zijn nog nauwelijks aardappelen in de voor frites geschikte sortering aanwezig. Een relatief hoog aantal knollen per plant speelt een rol bij de fijne sortering. Planten moeten hun beschikbare vocht en voedingsstoffen over meer knollen verdelen. In combinatie met het grote neerslagtekort blijft de groei van individuele knollen achter.
Afrijping al ver gevorderd
Wanneer alleen naar de kalenderdatum wordt gekeken, ligt de totale opbrengst rond eind juli vrijwel gelijk aan het meerjarig gemiddelde van 29 ton per hectare. Dat beeld is echter vertekend. De sortering is normaal op dit moment al grover, met gemiddeld 16 ton per hectare of 50% boven 50 millimeter.
Daarnaast is de afrijping op veel percelen door droogte en hitte verder gevorderd dan gebruikelijk. Hierdoor wordt de resterende mogelijkheid om nog veel kilo's en grove knollen bij te produceren steeds kleiner.
Vergelijking met 2022
De omstandigheden vertonen overeenkomsten met 2022, toen een zeer warme en droge zomer resulteerde in een eindopbrengst onder het meerjarig gemiddelde en een hoog onderwatergewicht. Op dit moment ligt het onderwatergewicht op 396 gram. Daarbij is sprake van een aanzienlijk regionaal verschil. In Vlaanderen komt het gemiddelde uit op 411 gram, tegenover 376 gram in Wallonië.
Inmiddels heeft ruim een derde van de bemonsterde percelen een onderwatergewicht van meer dan 400 gram. Deze hoge waarden wijzen eveneens op droogtestress. In Vlaanderen bleef slechts één beregend perceel net onder de norm van 360 gram. In Wallonië voldeden vier percelen nog niet aan deze norm.
Weinig doorwas
Doorwas komt nog maar weinig voor. Het hoogste gemeten aandeel bedraagt 5% van de primaire knollen. Doorwas kan later alsnog sterker optreden wanneer na de hitte en droogte regen valt en de planten opnieuw beginnen te groeien.