Nieuwe regelgeving van de EU maakt het mogelijk dat telers de ruimte krijgen om een herziening aan te vragen van het aardappelcontract. Lees hier meer over de vraag wanneer dat kan.
De nieuwe regels zijn onderdeel van een wijziging van de Europese Gemeenschappelijke Marktordening (GMO), waarmee Brussel de onderhandelingspositie van boeren tegenover afnemers wil versterken. De verordening is afgelopen zomer definitief vastgesteld en heeft betrekking op een breed scala aan landbouwproducten, waaronder aardappelen.
De nieuwe verordening geldt sinds 18 augustus, maar treedt pas in werking vanaf 19 augustus 2028. Daarmee heeft deze 12-maandenregel in de praktijk invloed op contracten die worden afgesloten vanaf oogst 2029. Dat laatste is bedoeld om marktpartijen de tijd te geven zich aan de nieuwe regels aan te passen.
Herzieningsclausule
Een belangrijk onderdeel betreft contracten met een looptijd van meer dan twaalf maanden. Daarin moet een herzieningsclausule worden opgenomen die door de boer kan worden ingeroepen. Na de eerste twaalf maanden kan de boer vragen om herziening van de voorwaarden. Komen beide partijen vervolgens niet tot overeenstemming, dan moet de clausule de boer de mogelijkheid bieden het contract te beëindigen.
Dat betekent overigens niet dat een teler na twaalf maanden zelf een hogere prijs kan vaststellen. Het gaat om het recht om heronderhandeling te vragen. Afnemer en teler moeten het vervolgens samen eens worden over nieuwe voorwaarden.
Voor de aardappelsector is vooral de grens van twaalf maanden interessant. Op papier klinkt de maatregel als regelgeving voor meerjarige overeenkomsten, maar ook een regulier aardappelcontract voor één oogst kan langer dan twaalf maanden lopen.
Aardappeltelers tekenen in januari of februari hun contract voor de oogst die in het voorjaar wordt geplant. De levering vindt vervolgens verspreid plaats vanaf de zomer tot diep in het volgende kalenderjaar. Een teler kan bijvoorbeeld op 15 februari een contract sluiten voor aardappelen die pas op 15 april van het volgende jaar worden geleverd. Tussen het sluiten van het contract en de levering zit dan veertien maanden.
Meer dan twaalf maanden
De looptijd van zo'n contract bedraagt meer dan twaalf maanden en daarom kan dit in beginsel onder de nieuwe herzieningsregel vallen. De eerste twaalf maanden zijn op 15 februari van het volgende jaar verstreken. Op dat moment liggen de aardappelen voor levering in april nog in de bewaring.
Een teler zou dan om herziening van het contract kunnen vragen terwijl de aardappelen nog geleverd moeten worden. Komt hij er met zijn afnemer niet uit, dan moet uiteindelijk ook beëindiging van de overeenkomst mogelijk zijn.
Commissie wilde zes maanden
Opvallend is dat de Europese Commissie aanvankelijk een veel kortere periode voor ogen had. In het oorspronkelijke voorstel zou de herzieningsmogelijkheid bij langlopende contracten al na zes maanden ontstaan.
De Raad van de Europese Unie vond dat te ver gaan en verlengde die termijn tijdens de onderhandelingen naar twaalf maanden. Daarmee wilde de Raad meer rekening houden met de behoefte aan stabiliteit en voorspelbaarheid bij afnemers.
Voor de aardappelsector maakt dat een groot verschil. Een contract dat bijvoorbeeld op 15 februari wordt getekend, zou bij een termijn van zes maanden vanaf medio augustus kunnen worden herzien. De aardappelen staan dan veelal nog op het land, terwijl de verwerker zijn grondstofvoorziening voor het komende verwerkingsseizoen al grotendeels heeft vastgelegd.
Fritesfabrikanten gebruiken de gecontracteerde volumes niet alleen om hun aanvoer van aardappelen te plannen. Daarop worden ook de benutting van productielijnen, benodigde opslag en verkoop van eindproducten afgestemd. Wanneer een belangrijk deel van de contracten tijdens het groeiseizoen opnieuw ter discussie kan worden gesteld, neemt die zekerheid af.
Met een termijn van twaalf maanden wordt dat grotendeels voorkomen. Voor een contract dat in februari wordt gesloten, kan de wettelijke herzieningsmogelijkheid pas vanaf februari van het volgende jaar worden gebruikt. De oogst is dan achter de rug en een aanzienlijk deel van de aardappelen is al geleverd.
Vooral late levering geraakt
Helemaal verdwenen is de onzekerheid voor aardappelverwerkers daarmee niet. Vooral contracten voor late levering komen over de grens van twaalf maanden. Een contract dat in februari wordt gesloten voor levering in april, mei of juni van het volgende jaar kan, afhankelijk van de juridische looptijd, onder de nieuwe bepaling vallen. Juist voor die maanden zijn verwerkers afhankelijk van aardappelen uit langdurige bewaring. De volumes zijn ruim van tevoren gecontracteerd om de fabrieken tot aan de nieuwe oogst van grondstof te voorzien.
Daarmee kan de nieuwe regelgeving invloed hebben op de aardappelmarkt. Een contract hoeft namelijk niet verschillende oogstjaren te omvatten om langer dan twaalf maanden te duren. De lange periode tussen contractering en levering van bewaaraardappelen kan daarvoor al voldoende zijn.
Veranderende omstandigheden
De Europese regels zijn bedoeld om te voorkomen dat boeren langdurig vastzitten aan afspraken die door sterk veranderde omstandigheden onredelijk zijn geworden. Daarbij kan worden gedacht aan forse veranderingen in productiekosten en marktprijzen, maar ook aan uitzonderlijke weersomstandigheden en geopolitieke ontwikkelingen.
Voor aardappelverwerkers wordt daardoor vooral van belang hoe zij contracten voor late levering juridisch vormgeven. De twaalfmaandengrens biedt aanzienlijk meer planningszekerheid dan de zes maanden die de Europese Commissie aanvankelijk voorstelde, maar kan bij levering laat in het bewaarseizoen alsnog worden bereikt.