"Vrij van virus en met een perfecte schilkwaliteit", omschrijft akkerbouwer Hans Schalk zijn ideale pootgoed. De uitdagingen die dat met zich meebrengt, probeert hij zo veel mogelijk om te zetten in kansen. Via rassenkeuze, optimale knolbescherming en goed bodembeheer streeft hij zijn teeltdoelen na. "Het totaalplaatje moet kloppen."
In de pootgoedteelt van Schalk staat vakmanschap voorop. De akkerbouwer in Groningen mag ook graag moderne technieken inzetten om zijn doelen te bereiken, waaronder de Optima Q optische sorteerder. Daarnaast vertrouwt hij op beeldherkenningstechnieken en AI-toepassingen. In de zaaiuien zet een collega-akkerbouwer een spotsprayer in én Schalk kijkt serieus naar een selectierobot. "Daar heb ik hoge verwachtingen van."
PB1-teelt onder gaas
Op zijn pootgoedareaal (65 hectare) teelt Schalk pre-basismateriaal uit miniknollen. "Ik streef in principe naar het afleveren van S'en, maar het is elk seizoen weer een grotere uitdaging om de nul te houden vanwege de virusproblemen. Het middelenpakket wordt steeds eenzijdiger en de risico's op resistentie nemen toe", legt de pootgoedteler uit. Hij probeert met verschillende instrumenten de virusproblemen de baas te blijven.
Enerzijds stuurt Schalk op weerbaarheid. In zijn rassenpakket – met meer dan tien rassen van verschillende handelshuizen – maken oudere rassen steeds meer plaats voor moderne rassen met betere resistenties. Anderzijds zoekt hij het in teeltmaatregelen om besmetting voor te blijven. Samen met collega-pootgoedtelers experimenteert hij met PB1-teelt onder gaas. "Het is een bewezen techniek om luizen buiten de deur te houden. Je creëert een extra generatie zonder virus."
'De schilkwaliteit staat centraal'
Het uiterlijk van zijn pootgoed is net zo goed belangrijk voor Schalk. "De schilkwaliteit staat centraal", vertelt hij. "Een deel van mijn pootgoed gaat naar bestemmingen rond de Middellandse Zee, waar ze kritisch zijn op uiterlijke gebreken. Ik heb dan geen rhizoctonia-gevoelige grond, maar ik wil er zeker van zijn dat mijn uitgangsmateriaal schoon de grond ingaat en er schoon weer uitkomt. Daarom doe ik een veurbehandeling met Allstar."
Neem geen risico met rhizoctonia
"De risico's van opbrengstderving en kwaliteitsverlies zijn voor de meeste pootgoedtelers te groot om geen aandacht aan rhizoctoniabestrijding te besteden", vertelt Pim van de Griend van BASF. Hij is verantwoordelijk voor de rhizoctoniaproeven en kent de ziekte door en door. "Je wilt gewoon een stabiel product met een robuuste werking. Tijdens de teelt kun je het niet meer corrigeren. Gelukkig weten de meeste pootgoedtelers uit ervaring wel op welke percelen een rhizoctoniabehandeling noodzakelijk is. In de praktijk zie je dat ze meestal geen risico nemen en bij het planten een veurbehandeling doen."
Al acht jaar stabiel in rhizoctoniaproeven
"De zwaarste tests geven wij het middel in onze eigen proeven", vertelt Van de Griend. "Die proeven liggen in de Noordoostpolder op percelen zeer lichte grond met een forse rhizoctoniabesmetting. Als een middel het daar goed doet, werkt het overal. We zien Allstar nu al acht jaar op rij als beste uit de bus komen. Dat geldt meestal ook als Allstar meedraait in proeven van derden. Allstar presteert al die jaren heel stabiel. Zowel in vergelijking met onbehandeld als met andere rhizoctoniamiddelen geven de Allstar-objecten structureel meer tal – tot wel 8% – en daardoor meer kilo's in de leverbare maten. Het is eigenlijk heel eenvoudig: een behandeling met Allstar kan altijd uit."
Proeven leverden het bewijs
De adviseur van Schalk, Cor Eldering van Van Iperen, herinnert zich de introductieperiode van het rhizoctonia-fungicide. "Wij kenden de goede eigenschappen van Allstar al langer uit de proeven van BASF. Het is een uitstekend middel om rhizoctonia te voorkomen en het helpt ook om zwarte spikkel en zilverschurft onder controle te houden. Schalk was een van de eerste telers die een proefverpakking kreeg. Later zijn we met onze pootgoedklanten massaal omgeschakeld."
De pootgoedteler bevestigt de positieve ervaringen met Allstar: "Ik vind het een prachtmiddel. Het is heel gebruiksvriendelijk. Je hebt er lekker weinig van nodig en het is prima mengbaar met de meststoffen in de tank. En het bespaart mij veel werk aan de leestafel, maar daar profiteert nu vooral de optische sorteerder van", vertelt hij met een grijns.