Begin dit jaar is door de EU-5 meer frites geëxporteerd ten opzichte van een jaar eerder. Wel zijn onderling grote verschillen merkbaar. Het prijsniveau van frites blijft nog steeds dalen, waardoor meer verkoop wordt losgepeuterd. Toch ligt er gevaar op de loer. Hoe dat zit lees je in deze analyse.
De EU-5 landen verscheepten in de eerste maand van het jaar gezamenlijk 486.539 ton. Dat is 3% meer (+13.734 ton) dan de 472.805 ton die in januari 2025 werd uitgevoerd. Vergeleken met december 2024 lag het exportniveau echter 6,1% lager (-31.666 ton).
Europese grootmachten
Het hogere exportniveau is voornamelijk te danken aan België en Nederland, die beiden meer exporteerden dan een jaar geleden. België exporteerde 249.475 ton diepgevroren frites. Een stijging van 7%. Nederland wist in januari zelfs 12,5% meer frites te exporteren. Goed voor een totaal van 143.111 ton.
Frankrijk, Duitsland en Polen exporteerden juist minder frites in januari. Het exportniveau van Polen lag bijna 50% lager. Dat komt grotendeels doordat de export in de eerste maand van vorig jaar uitzonderlijk hoog was voor het land. Duitsland en Frankrijk hebben inmiddels ook de exportcijfers van februari gepubliceerd. Daaruit blijkt een duidelijk herstel van de Duitse fritesexport. Frankrijk blijft daarentegen minder frites verkopen dan een jaar geleden.
{{dataviewSnapshot(10_1778771398)}}
Prijserosie
De gemiddelde verkoopprijs van een ton diepgevroren frites ligt nog altijd aanzienlijk lager dan een jaar geleden. De prijs van frites van Belgische oorsprong kwam gemiddeld uit op €1.050 per ton, wat €176 per ton lager is dan in dezelfde maand vorig jaar. De gemiddelde Nederlandse prijs hield iets beter stand. Deze kwam uit op €1.280 per ton, tegenover €1.314 vorig jaar. Een verschil van €34.
België is daarmee veruit de goedkoopste producent en exporteur binnen de EU-5. Frankrijk en Polen bevinden zich daar tussenin, terwijl Duitsland de duurste exporteur is. De gemiddelde verkoopprijs van Duitsland bedroeg in januari €1.313 per ton. Dat is €64 minder dan een jaar eerder.
Met name de fritesprijzen van België en Frankrijk laten sinds 2025 een gestage daling zien. Deze trend zet zich begin 2026 voort. Andere landen zagen eveneens prijsdalingen, maar in een aanzienlijk lager tempo.
Re-export
De EU-5-landen verscheepten in de eerste maand van het jaar meer frites naar andere EU-landen. Het exportniveau lag een vijfde hoger dan een jaar geleden. Tegelijkertijd lag de export naar niet-EU-landen 12,2% lager. Frankrijk was de grootste 'koper' van diepgevroren frites, al moet dat cijfer misschien met een korrel zout worden genomen. Het geharmoniseerde systeem zou re-export moeten uitsluiten, al lijkt het HS-systeem in de praktijk wel degelijk beïnvloed te worden door deze interne exportstromen.
Het Verenigd Koninkrijk blijft de grootste afnemer, hoewel het land in januari 3% minder frites kocht. België zelf nam 55% meer product af en ook Nederland en Duitsland importeerden meer diepgevroren frites. Zuid-Europese landen namen eveneens meer product af, met uitzondering van Spanje.
Buiten de EU is het beeld anders. De drie grootste afnemers van Europese frites — de Verenigde Staten, Saudi-Arabië en Brazilië — kochten allemaal minder product. De export naar de VS daalde met 16%, Saudi-Arabië nam bijna 40% minder af en Brazilië importeerde 4% minder. Ook andere bestemmingen in het Midden-Oosten, zoals de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit, kochten minder frites. Jordanië importeerde daarentegen ruim 25% meer.
Afhankelijkheid van het Midden-Oosten
Het wordt interessant om te zien hoe het exportniveau naar deze landen zich verder ontwikkelt zodra meer data beschikbaar komt. Sinds het uitbreken van het conflict in Iran en de verstoring van exportroutes zijn de exportvolumes vrijwel tot stilstand gekomen.
Europese exporteurs zijn sterk afhankelijk van landen als Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit. Als de vraag vanuit deze markten niet snel terugkeert, zal dat voelbaar zijn voor de aardappelindustrie, die nu al kampt met wereldwijde concurrentie en prijsdruk tegenover hoge productiekosten.