Het areaal akkerbouwgewassen krimpt, terwijl gerst juist groeit en een deel van het gat in het bouwplan opvangt. De verschuiving in aanbod volgt op lagere teelt van hoofdgewassen. Lees meer over areaalontwikkeling in de akkerbouw.
Akkerbouwers hebben zowel meer winter- als zomergerst ingezaaid. Beide arealen laten een vergelijkbare uitbreiding zien. De totale oppervlakte aan gerst is met een kleine 10.000 hectare toegenomen en daarmee is de teelt 28% groter dan vorig jaar. Het is voor het eerst sinds 2009 dat het gerstareaal in Nederland boven de 40.000 hectare uitkomt.
Het areaal aardappelen neemt dit jaar met een kleine 14.000 hectare af. Daarnaast staat er circa 10.000 hectare minder aan suikerbieten, zaaiuien en cichorei. Dit wordt deels gecompenseerd door meer gerst, maar ook door een uitbreiding van 2.200 hectare (2%) in tarwe. Daarmee resteert ten opzichte van vorig jaar nog een gat van circa 9.000 hectare dat dit jaar niet wordt opgevuld.
Minder maïs
Op de akkers staat dit jaar ook minder maïs. Het areaal korrelmaïs slinkt met 600 hectare tot minder dan 8.000 hectare (-7%). De teelt van snijmaïs is fractioneel verminderd en komt uit op net iets minder dan 183.000 hectare (-0,3%). Telers hebben wel gekozen voor meer corn cob mix (+15% naar 4.262 hectare).
De teelt van cichorei neemt 7,4% af tot 3.454 hectare. Ook de bruine bonen doen opnieuw een stap terug; dit keer met 10,3% naar 1.193 hectare. Daar staat tegenover dat hennep (+25,5% naar 3.523 hectare), koolzaad (+48% naar 2.393 hectare) en vezelvlas (+9% naar 4.072 hectare) wel in areaal toenemen.
Het totale areaal van de akkerbouwgewassen inclusief maïs zakt dit jaar naar 633.381 hectare. De omvang van deze gewassen is daarmee een kleine 9.000 hectare, ofwel 1,4%, kleiner dan vorig jaar.