Bij het inschuren van wortels wordt de basis gelegd voor het resultaat bij aflevering. Beschadigingen, een trage afkoeling en vochtverlies kunnen maanden later zichtbaar worden in minder verkoopbare kilo's. Nu de bewaring weer aandacht vraagt, loont het om kritisch te kijken naar de partij én de koelinstallatie. Daarbij speelt ook de keuze van het koudemiddel een steeds grotere rol. Veranderende Europese regels maken vooruitkijken noodzakelijk.
Bekijk vóór het inschuren of een partij geschikt is voor de geplande bewaarperiode. Let op rot en rooibeschadigingen. Beperk valhoogtes en voorkom breuk bij het vullen van de kisten. Koeling remt kwaliteitsverlies, maar maakt een aangetaste partij niet gezond. Houd partijen herkenbaar gescheiden en registreer perceel, rooidatum en bijzonderheden. Zo kun je gerichter controleren en bepalen welke partij eerst moet worden afgeleverd.
Snel en gelijkmatig inkoelen
Wortels blijven na de oogst ademhalen en produceren daarbij warmte. Begin daarom zo snel mogelijk met inkoelen naar 6 °C. Daarna rustig inkoelen naar de eindtemperatuur rond 0-1 °C. Voorkom daarbij schade door bevriezing. Een praktisch werkpunt kan bijvoorbeeld 0,5 °C zijn, afhankelijk van de installatie, meetnauwkeurigheid en temperatuurverdeling. Het is goed om dit te overleggen met de bewaaradviseur.
Meet de bewaartemperatuur op meerdere plaatsen, ook in het hart van de kisten. Een koude cel betekent niet automatisch dat alle wortels koud zijn. Blijft een meetpunt achter, controleer dan de luchtverdeling voordat je de celtemperatuur verder verlaagt. Volg het stapelplan en let erop dat de lucht goed kan circuleren. Voorkom plaatselijk te koude lucht en bevriezing.
Koelen zonder onnodig vochtverlies
Bij een producttemperatuur rond 0,5 °C is een relatieve luchtvochtigheid van 98 tot 100% het uitgangspunt voor langdurige bewaring. Daarmee beperk je gewichtsverlies en verlies aan stevigheid. Voorkom tegelijk condens en druppelend water, want die bevorderen rot. Houd deuren zo veel mogelijk gesloten en beperk temperatuurschommelingen. Let er wel op dat het CO₂-gehalte niet boven de 5000 ppm komt, omdat dit zorgt voor een verhoogde ademhaling en meer kans geeft op kwaliteitsproblemen.
Mechanische koeling voert oogstwarmte en ademhalingswarmte af, ook wanneer de buitenlucht onvoldoende koud is. De koelcapaciteit moet passen bij de dagelijkse inschuurhoeveelheid, begintemperatuur en gewenste inkoeltijd. Alleen rekenen met het aantal tonnen in een al ingekoelde cel is onvoldoende.
Op het koude oppervlak van luchtkoelers kan vocht condenseren of aanvriezen. Dat vocht wordt aan de bewaring onttrokken en kan uiteindelijk uit de wortels komen. Voldoende koeloppervlak en een klein temperatuurverschil tussen cellucht en koeloppervlak helpen de ontvochtiging te beperken. Het koudemiddel alleen bepaalt dus niet hoeveel peen indroogt.
Steeds strengere wetgeving
De Europese F-gassenverordening (EU) 2024/573 geldt sinds 11 maart 2024. Zij beperkt de beschikbaarheid van HFK's en verscherpt de regels voor nieuwe apparatuur en onderhoud. GWP geeft aan hoe sterk een koudemiddel bijdraagt aan opwarming ten opzichte van CO₂.
Dat betekent dat de hoeveelheid HFK's (zoals R32, R410A en R134a) en blends die HFK's bevatten, die nieuw in de handel mogen worden gebracht, een stuk sneller afnemen dan onder de vorige verordening. Voor veel andere stationaire koelinstallaties, waaronder gangbare directe systemen, geldt vanaf 1 januari 2030 een grens van 150.
Deze marktverboden betekenen niet dat bestaande installaties op die datum moeten worden vervangen. Voor onderhoud gelden aparte beperkingen. Laat daarom het koudemiddel, installatietype en de toekomstige onderhoudsmogelijkheden beoordelen voordat je investeert of uitbreidt.
Tolsma-Grisnich kiest voor propaan
Tolsma-Grisnich kiest voor zijn GCU-koelmachines voor het natuurlijke koudemiddel propaan (R290). Die keuze sluit aan bij de behoefte aan energiezuinige koeling en de aanscherping van de Europese F-gassenregels. Propaan heeft een zeer lage klimaatimpact bij lekkage en valt buiten de HFK-quota. Daarmee vermindert de afhankelijkheid van koudemiddelen die door Europese regelgeving steeds verder worden beperkt.
Tolsma-Grisnich past propaan toe in zowel directe als indirecte koelsystemen. Bij directe koeling stroomt het koudemiddel naar de luchtkoelers. In de indirecte GCU-I koelt propaan een koudedrager, bijvoorbeeld water met glycol, die de koude naar de bewaarcellen transporteert. Het propaan blijft dan in de koelmachine. Deze uitvoering biedt mogelijkheden om verschillende cellen op uiteenlopende temperaturen te koelen.

Voor wortelbewaring draait het vooral om het samenspel tussen koelmachine, luchtkoelers en regeling. Tolsma-Grisnich combineert moderne compressortechnologie met de Vision Control-bewaarcomputer, die koeling en ventilatie op elkaar afstemt. Voldoende koeloppervlak en een klein temperatuurverschil over de luchtkoeler helpen daarbij om vochtverlies te beperken. Zo wordt de keuze voor propaan gekoppeld aan het behoud van verkoopbare kilo's peen. Juist die combinatie bepaalt het bewaarrendement. Eén procent minder verlies op 1.000 ton betekent immers dat er 10 ton extra product kan worden verkocht.
