De Nederlandse uienexport liep in de laatste week een behoorlijke tegenvaller op. In week 5 bleef de uitvoer steken op minder dan 16.000 ton, blijkt uit voorlopige cijfers van het KCB en het GroentenFruit Huis.
Eind januari en ook de maand februari zijn voor de uienexport vaak niet de beste periodes. Maar een terugval tot minder dan 16.000 ton is een behoorlijke tegenvaller. Exporteurs en verpakkers gaan ervan uit dat er wekelijks toch wel zo'n 20.000 ton uien moet worden geëxporteerd om de uienvoorraad in Nederland dit seizoen op goede wijze af te zetten.
In de voorlopige cijfers heeft KCB dit keer ook kleine correcties toegepast op de exporthoeveelheden in de voorgaande weken. Dat heeft dit keer geleid tot een verlaging van de voorlopige cijfers vanaf week 27 in 2025 met zo'n 2.500 ton.
In combinatie met het feit dat de export in week 5 kleiner uitvalt dan een jaar geleden resulteert dit in een afnemende voorsprong ten opzichte van vorig seizoen. Op dit moment resteert nog een voorsprong van net iets meer dan 9%, terwijl de export tot half november nog ruim 20% groter was dan in het seizoen 2024-2025.
In week 5 was Ivoorkust veruit de grootste afnemer met bijna 4.200 ton. De week er voor waren er wat minder uien naar Ivoorkust verscheept, maar in week 5 was toch weer sprake van een groot volume. De totale afzet naar Ivoorkust is daarmee toegenomen tot zo'n 156.000 ton.
Ook de afzet naar Groot-Brittannië trok in week 5 weer aan na een rustigere export in week 4. De Britten kopen aanzienlijk meer uien dan vorig seizoen. De tussenstand staat inmiddels op ruim 93.000 ton en dat is ruim een derde meer dan in het jaar ervoor.
Ook Gambia nam in week 5 meer dan 1.000 ton Nederlandse uien af. De afzet naar andere bestemmingen was wat kleiner.