De export van Nederlandse uien laat na Pasen een duidelijke terugval zien door lagere vraag en minder handelsdagen. Afzet verschuift per bestemming en blijft wisselvallig. Lees meer over exportontwikkeling van Nederlandse uien.
Het is niet verwonderlijk dat in de week na Pasen minder uien zijn uitgevoerd. Een werkdag minder zorgt voor minder tempo. Dit kan met de grote capaciteit in Nederland worden opgevangen, maar de vraag ontbrak. Daardoor ligt de export duidelijk lager dan in de weken ervoor.
Vlak voor Pasen was er weliswaar sprake van iets meer vraag. Dit was echter onvoldoende om de daling in week 15 te compenseren. Sorteerders en exporteurs gaven dit in die week al aan. Uit reacties van uienbedrijven blijkt verder dat week 16 weer beter was, gevolgd door week 17 waarin de afzet opnieuw wat stroever verliep.
De export van Nederlandse uien beweegt daarmee op en neer. Ook in bestemmingen zijn verschuivingen zichtbaar. Waar Marokko voor Pasen nog voor extra afzet zorgde, is dat land daarna van de markt verdwenen.
Ivoorkust is juist meer aan de markt en was in week 15, na Groot-Brittannië, de grootste afnemer. Indicaties wijzen erop dat Ivoorkust ook in week 16 en 17 een aanzienlijk volume heeft afgenomen. Groot-Brittannië blijft vooralsnog de grootste koper.
De interesse uit Brazilië zorgde eveneens voor extra afzet. In week 16 en 17 zijn daar aanzienlijke volumes naartoe geëxporteerd. Israël was in week 16 nog actief, maar een week later nam de interesse weer af.