De Nederlandse uienexport breekt records, maar de grote afzet naar West-Afrika roept vragen op over de houdbaarheid van het tempo. Lees meer over de export naar Senegal en de gevolgen voor de uienmarkt.
Vooral Senegal trekt hard aan de Nederlandse uien, blijkt uit voorlopige cijfers van KCB en GroentenFruit Huis. De export naar dit West-Afrikaanse land is veel groter dan de binnenlandse consumptie. Dat roept de vraag op hoelang Senegal dit tempo kan volhouden en wat een eventuele terugval betekent voor de Nederlandse uienmarkt.
De Nederlandse uienexport bereikte in week 42 een volume van 52.537 ton, blijkt uit de cijfers van KCB en GroentenFruit Huis. Daarmee is het vorige record van ruim 46.000 ton in week 40 alweer uit de boeken. Het nieuwe record ligt bijna 6.400 ton, ofwel 13,8%, hoger.
Bij dat record past wel een kanttekening. Het moment waarop bootladingen in de exportstatistieken worden verwerkt, kan grote verschillen tussen opeenvolgende weken veroorzaken. Dat is vooral zichtbaar bij de export naar Senegal. In week 41 werd bijna 10.500 ton geregistreerd, terwijl dat in week 42 ruim 20.000 ton was. Of een boot met 5.000 of 6.000 ton uien nu net in de ene of andere week telt, is dan ook van grote invloed.
Dat neemt niet weg dat de Nederlandse uienexport bijzonder goed draait. In totaal is dit seizoen inmiddels 500.398 ton uitgevoerd. Dat is 10.400 ton, ofwel 2,1%, meer dan in dezelfde periode vorig seizoen. De grens van een half miljoen ton is daarmee al in week 42 gepasseerd.
Senegal krijgt veel meer dan het verbruikt
Vooral de omvang van de export naar Senegal valt op. Dit seizoen is inmiddels 100.929 ton Nederlandse uien naar het land verscheept. Daarmee ligt de uitvoer weliswaar iets achter op vorig jaar, toen de teller op hetzelfde moment op 105.016 ton stond, maar het tempo is nog altijd bijzonder hoog.
De normale uienconsumptie in Senegal wordt geschat op 7.000 tot 8.000 ton per week. De Nederlandse export ligt daar de laatste weken aanzienlijk boven. Alleen al in de afgelopen vier weken werd bijna 55.700 ton naar Senegal uitgevoerd. Dat komt neer op gemiddeld bijna 14.000 ton per week. Dat is ongeveer 75 tot 100% meer dan de gebruikelijke wekelijkse consumptie.
Daarmee is de vraag gerechtvaardigd hoeveel ruimte er nog is voor verdere aanvoer. Een deel van de uien zal in de handelsketen en voorraden terechtkomen, maar uiteindelijk moeten die hoeveelheden ook worden geconsumeerd. Als de aanvoer langere tijd boven de consumptie blijft liggen, neemt de kans op een tijdelijke terugval in de import toe.
Vorig seizoen liet Senegal zien hoe plotseling zo'n correctie kan optreden. In week 48 zakte de Nederlandse export naar het land terug tot ongeveer 3.000 ton. Over het eerste halfjaar werd desondanks ruim 230.000 ton naar Senegal uitgevoerd. Een tijdelijke terugval hoeft dus niet te betekenen dat de afzet over het hele seizoen tegenvalt.
Normaal gesproken laat Senegal jaarlijks rond de 180.000 ton uien uit Nederland komen. Vorig jaar was dus een uitschieter. Dat kon voor een belangrijk deel worden toegeschreven aan een gunstig prijsniveau. Dat is dit jaar niet het geval; de uien zijn veel duurder. De DCA baalprijzen van middel liggen nu rond de €43,50, terwijl een jaar geleden €23 per 100 kilo werd betaald. Toch vindt het product in grote hoeveelheden zijn weg naar dit West-Afrikaanse land.
Ivoorkust neemt juist meer uien af
Niet alleen Senegal zorgt voor grote exportvolumes. Ook de afzet naar Ivoorkust loopt op een zeer hoog niveau. In week 42 werd ruim 7.500 ton naar dit land uitgevoerd, tegen ongeveer 4.200 ton een week eerder. Daarmee is Ivoorkust opnieuw een belangrijke motor achter de Nederlandse uienexport.
De totale export naar Ivoorkust bedraagt dit seizoen inmiddels 98.496 ton. Dat is ruim 9.300 ton, ofwel 10,4%, meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Senegal en Ivoorkust zijn daarmee samen goed voor bijna 200.000 ton, ongeveer 40% van de totale Nederlandse uienexport.
Ook andere Afrikaanse bestemmingen nemen flinke hoeveelheden af. Zo ging in week 42 ruim 3.300 ton naar Mali en bijna 2.800 ton naar Guinee. De export naar Groot-Brittannië trekt met 2.600 ton weer wat aan na twee weken van zo'n 2.260 ton.
Hoge export houdt uienmarkt bezig
Het hoge afzettempo en de mindere kwaliteit van de uien dit jaar zorgen voor veel werk bij sorteerders en verpakkers. Tegelijkertijd is de markt behoorlijk afhankelijk van de grote volumes die naar West-Afrika vertrekken. Dat geldt vooral voor Senegal en Ivoorkust. Met de hoeveelheden die de afgelopen weken zijn verscheept, lijkt een tijdelijke correctie in de aanvoer niet onlogisch. Aan de andere kant komt Kerstmis steeds dichterbij en zorgen de weken vlak voor de feestdagen normaal gesproken voor de grootste drukte in de uienexport.
Het enorme tempo in de afzet roept ook vragen op over de beschikbaarheid van het product. Dit jaar is er sprake van een veel kleinere oogst in Nederland. Met de weekvolumes die nu over de grens gaan, draaien schuren snel leeg. Gezien de mindere kwaliteit en de veel kleinere oogst is een uitvoer van bijna 1,39 miljoen ton, zoals vorig jaar is gerealiseerd, bij lange na niet haalbaar.
Zolang de vraag echter op dit hoge niveau blijft, is dat in ieder geval gunstig voor de prijsvorming. Als na de jaarwisseling blijkt dat er nog maar een klein volume beschikbaar is, kan dat de prijspositie versterken van telers die dan nog uien te verkopen hebben.