De eiermarkt is nog steeds behoorlijk krap. De prijzen dalen sterk, maar dat is vooral het gevolg van het hoge startpunt. Met name bij de tafeleieren is de markt nog altijd krap. De industrie weet de krapte wel beter op te vangen. Lees meer over de veranderende verhoudingen op de eiermarkt.
De prijs van eieren blijft dalen. De NOP-index is sinds de topprijs in week 13 met 7,5% gedaald. In week 19 is de eierprijs af boerderij met €18,16 per 100 eieren gedaald. Hoewel de daling in relatieve termen fors is, blijft de prijs historisch hoog. Vorig jaar was de hoogste prijs die voor Pasen bereikt werd in week 11 nog lager. In week 19 van dat jaar bereikte de prijs zijn topniveau in week 11 op een niveau van €17,89 per 100 eieren.
De snelle afname van de eierprijzen is met name het gevolg van zeer hoge prijzen. De reden daarvoor in fysieke termen is dat de markt nog steeds zeer krap is, maar niet zo krap als net voor Pasen. De paasvraag is natuurlijk weg komen te vallen en daarnaast zorgt het invallen van de lente ook voor een lagere vraag. In de warmere maanden neemt de industriële vraag naar eieren historisch gezien af, omdat de consumentenvraag naar bakwaren daalt.
Hoewel er van de extreme krapte van rond Pasen geen sprake meer is, blijft de beschikbaarheid nog altijd zeer laag. Voor consumenten is de krapte een stuk minder zichtbaar. In tegenstelling tot ongeveer anderhalve week geleden, is dat een stuk minder zichtbaar voor consumenten. In de supermarkten zijn geen tekorten meer. Bij pakstations is dat anders, daar worden eieren die binnenkomen direct verzonden. Met name tafeleieren zijn nog altijd zeer schaars.
Industrie koopt in Oost-Europa
De industrie weet inmiddels echter de tekorten wat beter op te vangen. In de markt wordt gemeld dat er veel volumes uit Oost-Europa worden ingekocht. Voor een deel gaat het om eieren binnen het verrijkte-kooiensysteem uit landen als Polen, maar de volumes aan legbatterij-eieren uit Oekraïne zijn ook duidelijk toegenomen.