Shutterstock

Opinie Rik Loeters

De Duitse auto mag blijven. Nederlandse kaas niet?

Vandaag 10:40 uur - Rik Loeters

"De Nederlandse landbouw moet stoppen met produceren voor de export." Ik hoor het de laatste tijd steeds vaker. En eerlijk gezegd moet ik dan altijd een beetje glimlachen.

Want meestal stel ik vervolgens één simpele vraag: "Waar komt uw auto eigenlijk vandaan? Duitsland, China, Japan, Zuid-Korea? En die zonnepanelen op het dak? China? De koffie die u vanmorgen dronk? Brazilië of Colombia? De avocado in de smoothie? Peru of Mexico? De rijst in de pokébowl? Azië?" Meestal blijft het dan even stil.

Blijkbaar vinden we internationale handel (Import en Export) heel normaal, totdat het over onze boeren gaat. Dat is opmerkelijk. Want Nederland is al honderden jaren een handelsland. We zijn niet rijk geworden doordat we alles zelf maakten en consumeerden. Integendeel. We zijn welvarend geworden doordat we produceerden waar we goed in zijn en ruilden met de rest van de wereld. Dat doen we nog steeds.

ASML exporteert vrijwel al zijn chipmachines. Terecht zijn we daar ongelooflijk trots op. Niemand zegt dat ASML minder machines moet bouwen omdat Nederland er zelf genoeg heeft. Integendeel. We noemen het innovatie, ondernemerschap en economische kracht. Maar zodra een boer melk produceert voor consumenten in Duitsland, kaas verkoopt aan Italië of babymelkpoeder levert aan China, klinkt ineens dat het allemaal een tandje minder moet. Waarom? Waarom meten we met twee maten?

Pure geografie
Nederland behoort geografisch tot de meest geschikte gebieden ter wereld voor landbouw en melkveehouderij. Dat is geen mening, maar pure geografie. We liggen in een vruchtbare rivierdelta, beschikken over uitstekende landbouwgrond, voldoende zoet water, een gematigd zeeklimaat en een logistieke infrastructuur waar de rest van Europa jaloers op is. Voeg daar de kennis van Wageningen University & Research en onze innovatieve ondernemers aan toe en het is niet vreemd dat Nederlandse landbouw wereldwijd tot de absolute top behoort. Dat is geen probleem. Dat is juist onze kracht.

Die kracht levert Nederland ook iets op. Volgens het CBS exporteerde Nederland in 2025 voor ruim €137 miljard aan landbouwgoederen. De Nederlandse economie verdiende daar bijna €50 miljard aan. Dat zijn inkomsten waarmee we onze zorg, scholen, infrastructuur en veiligheid mede kunnen betalen. De landbouw is daarmee niet alleen leverancier van voedsel, maar ook van welvaart.

Vaak volgt daarna nog een ander argument. "Ja, maar we importeren vooral veevoer." Ook dat verhaal verdient wat nuance. Neem de sojaboon. Daaruit wordt sojaolie gemaakt voor menselijke consumptie én sojaschroot, een eiwitrijk restproduct dat wordt gebruikt als veevoer. Die twee producten zijn economisch onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder vraag naar sojaolie wordt sojaschroot fors duurder. Zonder afzet voor sojaschroot wordt sojaolie juist duurder. Hetzelfde geldt voor haverdranken zoals Oatly. Nadat de haver is verwerkt tot een drankje, blijft een voedzame reststroom over die uitstekend geschikt is als veevoer. Dat is geen verspilling. Dat is circulariteit.

Verwaarding reststromen
Juist de veehouderij zorgt ervoor dat reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie een hoogwaardige bestemming krijgen in plaats van in de afvalbak te verdwijnen. Natuurlijk moeten we blijven verduurzamen. Daar is volgens mij vrijwel iedere ondernemer het over eens. Maar laten we het debat wel eerlijk voeren. Want soms lijkt het alsof export op zichzelf verdacht is geworden.

Dat is een merkwaardige gedachte voor een land waarvan bijna alles om internationale handel draait. De Rotterdamse haven bestaat dankzij import én export. Schiphol bestaat dankzij import én export. ASML bestaat dankzij import én export. En onze boeren? Die zouden zich ineens moeten schamen omdat mensen in andere landen graag Nederlands voedsel kopen. 

Ik zie dat anders. Onze boeren produceren volgens de hoogste standaarden ter wereld op het gebied van voedselveiligheid, dierenwelzijn en duurzaamheid. Juist daarom is er internationaal zoveel vraag naar Nederlandse agrarische producten. 

Trots
Wanneer de wereld dus bereid is om juist jouw producten te kopen, zegt dat iets over de kwaliteit van wat je maakt. Daar hoef je je niet voor te verontschuldigen. Daar mag je juist trots op zijn. Misschien wordt het tijd dat we met één maat gaan meten

En de volgende keer dat iemand mij vertelt dat Nederlandse boeren niet meer voor de export zouden moeten produceren, stel ik gewoon weer dezelfde vraag. "Waar komt uw auto eigenlijk vandaan?"

Heb je een tip, suggestie of opmerking naar aanleiding van dit artikel? Laat het ons weten

Rik Loeters

Rik Loeters is ondernemer in de internationale zuivelhandel en fractievoorzitter van BBB Gelderland
Reageer op dit artikel

Om te reageren op dit artikel moet u ingelogd zijn.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Schrijf je in en ontvang elke dag het laatste nieuws in je inbox

Bel met onze klantenservice 0320 - 269 528

of mail naar support@boerenbusiness.nl

wil je ons volgen?

Ontvang onze gratis Nieuwsbrief

Elke dag actuele marktinformatie in je inbox

Aanmelden