De totale graanteelt in de Europese Unie blijft stabiel. Een lichte toename bij tarwe en gerst gaat ten koste van korrelmaïs. Vooral het laatste gewas is kwetsbaar, met name in het droogtegevoelige Zuid-Europa. Het zijn dan ook vooral de omstandigheden zijn die bepalen of er kleinere of grotere hoeveelheden van de verschillende graansoorten op de markt gaan komen.
De Europese graanarealen laten de laatste jaren een opvallend stabiel beeld zien. In de EU-27 is geen sprake van structurele uitbreiding of krimp van het totale graanareaal. De dynamiek zit vooral in verschuivingen tussen tarwe, gerst en maïs. Voor oogstjaar 2026 verwacht de Europese vereniging van graanhandelaren (Coceral) opnieuw slechts beperkte wijzigingen in het totale areaal, met tarwe als duidelijke ankerteelt.
Tarwe als ruggengraat
Tarwe vormt de ruggengraat van het bouwplan in de 27 lidstaten van de Europese Unie. Het areaal zachte tarwe in de EU stijgt volgens de meest recente Coceral-raming licht, van 21,6 miljoen hectare in 2025 naar 21,7 miljoen hectare in 2026. Daarmee blijft tarwe veruit het grootste gewas binnen het Europese granencomplex.
De ontwikkeling onderstreept dat Europese telers tarwe blijven zien als een relatief zekere afzetmarkt. Het is een vast onderdeel binnen de gewasrotatie en een gewas met een beheersbare risico's, vergeleken met maïs in droge jaren. Binnen de EU-27 zijn vooral Frankrijk, Duitsland en Polen bepalend voor de totale beweging. Kleine areaalwijzigingen in deze landen hebben direct impact op het EU-totaal.
Lichte uitbreiding
Voorlopig rekent Coceral op een lichte uitbreiding in zachte tarwe in Frankrijk en een minimale daling in Duitsland. In Polen stevent het areaal af op stabilisatie. De grootste toename in 2026 wordt verwacht in Roemenië, met een plus van 120.000 hectare naar 2,4 miljoen hectare.
Voor durumtarwe (harde tarwe) voorziet Coceral in 2026 een lichte daling van het areaal: van 2,44 miljoen hectare naar 2,41 miljoen hectare. Dat past bij het beeld van een markt die de afgelopen jaren werd gestimuleerd door hoge prijzen, maar nu weer wat normaliseert. Zuid-Europese landen blijven dominant, maar uitbreiding lijkt voorlopig begrensd.
Meer gerst
Het gerstareaal in de EU-27 neemt in de eerste prognose met 2% toe. Van 10,1 miljoen hectare in 2025 naar 10,3 miljoen hectare in 2026. Gerst blijft daarmee een belangrijk, maar flexibel rotatiegewas. De aantrekkelijkheid hangt sterk af van voerprijzen en moutpremies, opbrengstzekerheid en concurrentie met tarwe in herfstzaai van de wintergranen. De grootste verschuiving bij dit gewas wordt verwacht in Denemarken, met een toename van 550.000 naar 600.000 hectare.
Het areaal korrelmaïs blijft onder druk staan. Coceral raamt voor 2026 opnieuw een daling. Daarmee komt de teelt tot onder de 8 miljoen hectare. Met name in Zuid- en Oost-Europa speelt het droogterisico, beschikbaarheid van irrigatie en hogere teeltkosten een steeds grotere rol bij areaalbeslissingen.
Minder maïs
De grootste dalingen voorzien de graanhandelaren in Frankrijk en Roemenië. In Frankrijk verwachten ze een inkrimping met 150.000 hectare naar 1,45 miljoen hectare en in Roemenië een min van 50.000 hectare naar 1,75 miljoen hectare. Een normalere oogst moet voorkomen dat de productie net zo klein uitvalt als in het afgelopen jaar.