De wereldwijde tarwemarkt krijgt te maken met een lagere productie terwijl de vraag doorzet, wat druk zet op de marktbalans. Tegelijk spelen onzekerheid in de Zwarte Zee en stijgende inputkosten een rol. Lees meer over de wereldwijde tarwebalans
In een eerste raming verwacht IGC in het komende seizoen een wereldwijde tarweoogst van 822 miljoen ton. In het huidige seizoen wordt volgens een nieuwe raming 845 miljoen ton geoogst. Dat is fors meer dan in het voorafgaande seizoen, waarin 801 miljoen ton tarwe is geoogst.
De tarweproductie daalt volgens de eerste inschatting van IGC met 2,7%, voornamelijk door een afname in areaal en licht lagere opbrengsten. Tegelijkertijd zet de consumptiegroei door, gedreven door toenemende vraag naar voedsel en industriële toepassingen.
Hoewel de relatief hoge beginvoorraden uit 2025/26 enige buffer bieden, is dit onvoldoende om de daling in productie volledig op te vangen. Hierdoor krimpen de eindvoorraden naar verwachting opnieuw, wat resulteert in een krappere marktbalans. Voor tarwe betekent dit dat de neerwaartse prijsdruk in het huidige ruime seizoen geleidelijk kan afnemen.
Zwarte Zee blijft bepalend, maar onzeker
De Zwarte Zeeregio blijft cruciaal voor de wereldwijde tarwebalans. In Rusland – 's werelds grootste exporteur – zijn de vooruitzichten voor de oogst in 2026 voorlopig gunstig. Het Russische marktadviesbureau SovEcon heeft de productieprognose van tarwe in Rusland verhoogd naar 87,6 miljoen ton, ondersteund door een groter wintertarwe-areaal en goede bodemvochtcondities.
Toch blijft er aanzienlijke onzekerheid. De kritieke groeifase in april en mei moet nog komen, en lokale droogte – bijvoorbeeld in de regio Rostov – vormt een risico. Prognoses boven de 90 miljoen ton worden dan ook als voorbarig beschouwd. Dit onderstreept dat de markt voorlopig sterk weerafhankelijk blijft.
Geopolitiek risico via kunstmest en energie
Naast weersinvloeden speelt geopolitiek een steeds grotere rol in de prijsvorming. Het conflict in het Midden-Oosten heeft directe implicaties voor inputkosten, met name via kunstmest en energie.
De regio rond de Perzische Golf is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de wereldwijde export van ureum (tot 35%) en ammoniak (tot 30%), terwijl ook circa een kwart van de wereldwijde olie-export via de Straat van Hormuz loopt. Verstoringen in deze logistieke corridor leidden recent tot scherpe stijgingen van kunstmestprijzen.