De tarwemarkt stijgt door droogte in de VS, terwijl Europa achterblijft door matige exportvraag en concurrentie. Prijsverschillen tussen Chicago en Parijs lopen op. Lees meer over prijsontwikkeling tarwe VS en EU.
In de Verenigde Staten tikte tarwe het hoogste niveau in bijna twee jaar aan. Analisten wijzen erop dat een deel van de schade mogelijk al onomkeerbaar is, zeker gezien de gevorderde groeifase van het gewas. Regen kan lokaal verlichting bieden, maar komt voor sommige regio's waarschijnlijk te laat.
Daarbovenop stapelen de internationale zorgen zich op. Productieramingen voor 2026/27 wijzen op dalingen in Australië (-19%) en Canada (-10%), mede door kleinere arealen en normaliserende opbrengsten na sterke voorgaande jaren. Ook spelen hogere inputkosten, zoals meststoffen, een rol in de terughoudendheid van telers. Dit versterkt het beeld van een krapper wereldwijd aanbod en geeft de markt in Chicago extra steun.
Concurrentie blijft groot
Tegen deze achtergrond beweegt de Europese markt mee omhoog, maar met wat minder overtuiging. Op de Matif van Euronext steeg tarwe naar het hoogste niveau in ongeveer een maand, vooral in reactie op de Amerikaanse rally en hogere olieprijzen. Toch blijven onderliggende factoren in Europa remmend werken. De exportvraag is matig en kopers stellen aankopen uit, terwijl tarwe uit het Zwarte Zeegebied prijstechnisch concurrerend blijft.
Ook de regionale situatie speelt een rol. Hoewel droogte in delen van Europa aandacht vraagt, is de bodemvochtigheid voorlopig nog voldoende. Daarmee ontbreekt de acute stress die de Amerikaanse markt kenmerkt. Het resultaat: Parijs volgt Chicago, maar zonder dezelfde urgentie.
Per saldo ontstaat een marktbeeld waarin Chicago de richting bepaalt en Parijs reageert. Zolang weersrisico's in de VS dominant blijven en mondiale productieverwachtingen onder druk staan, blijft de opwaartse dynamiek aanwezig. De vraag is of Europa versnelt of dat remmende factoren de kloof met Chicago verder vergroten.
Het mei-contract steeg dinsdag in Parijs met €2,50 naar €197 per ton. Nieuwe oogst doet het in dat opzicht beter voor telers. De prijs van het septembercontract steeg met €5,25 naar €214,25 per ton. Daarmee loopt het prijsverschil tussen oude en nieuwe oogst op naar €17,25 per ton.
In Chicago noteerde mei 27,5 dollarcent hoger op $6,49 per bushel. De prijs voor september 2026 steeg met 28,25 cent naar $6,70¾ per bushel. Voor contractmaanden in 2027 stegen de prijzen tot net boven de $7 per bushel.
Daarmee zetten de prijzen duidelijke stappen omhoog. De notering van oude oogst ligt in Chicago hoger dan in Parijs. Op de CBoT noteert mei omgerekend €204 per ton, ofwel €7 hoger dan in Parijs. Voor nieuwe oogst geldt dat nog niet, al zijn de verschillen kleiner geworden. September 2026 wordt op de CBoT verhandeld voor omgerekend €211 per ton en dat is €3 lager dan in Parijs.
Lokaal hogere prijzen voor nieuwe oogst
Lokaal in Nederland zijn er weinig veranderingen voor de oude oogst. De Graanbeurs in Groningen stabiliseert op €191 per ton. "Een vaste euro, grote eindvoorraden en positieve oogstverwachtingen belemmeren de prijsstijgingen van granen binnen de EU", aldus de noteringscommissie. Beurs Zuid in Goes handhaaft de notering op €178 tot €183 per ton.
Middenmeer verhoogt de notering van tarwe uit oogst 2025 met €1 naar €189 per ton. Voor de nieuwe oogst ligt het prijsniveau hoger. Tarwe uit de nieuwe oogst, geleverd aan de put, noteert €6 hoger dan vorige week op €190 per ton. Daarmee staat deze prijs weer op hetzelfde niveau als half maart. Half april werd het dieptepunt voor de nieuwe oogst bereikt op €180 per ton.