De tarwemarkt stabiliseert na weken van prijsdruk, terwijl vraag en aanbod uiteen blijven lopen. Weer, export en mondiale productie houden de markt in balans. Lees meer over tarwemarkt en prijsontwikkeling.
In handelskringen wordt benadrukt dat de stabilisering niet moet worden gezien als startpunt van structureel herstel. Dit wordt meer gezien als een pas op de plaats in een nog steeds neerwaartse trend. Fundamenteel blijft de markt verdeeld tussen zorgen over opbrengsten enerzijds en een ruim mondiaal aanbod anderzijds. Ook geopolitieke ontwikkelingen zorgen voor prijsschommelingen.
Het septembercontract sloot dinsdag op Matif in Parijs €1 hoger op €201,75 per ton. December steeg met €0,75 naar €209,50 per ton. Op de CBoT in Chicago steeg zachte tarwe voor contractmaand juli met 2 dollarcent naar $5,82¼ per bushel. Voor september bleef de stijging beperkt tot 1 cent naar $5,96¾ per bushel. December liet een beperkte stijging zien van een halve cent naar $6,14½ per bushel.
Groter prijsverschil
Het prijsverschil tussen Parijs en Chicago is inmiddels weer opgelopen naar €12 tot €14 per ton. Voor september komt de prijs in Chicago omgerekend uit op €189 per ton en voor december op €195 per ton. Medio mei werd voor contractmaand september nog €215 per ton betaald. Toen lag het prijsniveau in Chicago op hetzelfde niveau als in Parijs.
In de Verenigde Staten verslechterden de beoordelingen van de wintertarwe opnieuw. Slechts 25% van het gewas wordt als goed tot uitstekend beoordeeld, het laagste niveau voor deze periode sinds de USDA in 1986 begon met deze statistiek. Vooral in Kansas en Oklahoma wijzen de cijfers erop dat de opbrengsten mogelijk lager uitvallen dan eerder werd verwacht. Deze ontwikkeling biedt steun aan de markt, omdat de Amerikaanse wintertarweoogst een belangrijke referentie blijft voor de wereldwijde prijsvorming.
Zwarte Zee-regio
Tegelijkertijd blijft de markt geconfronteerd met gunstige productievooruitzichten in de Zwarte Zee-regio. Rusland geldt opnieuw als kandidaat voor een grote exportoogst, terwijl ook Oekraïne zijn productievooruitzichten heeft verbeterd. Analisten van APK-Inform verhoogden recent hun prognose voor de Oekraïense graanoogst, waarbij vooral de tarweproductie hoger wordt ingeschat dan vorig seizoen. Dat betekent dat de wereldmarkt in de tweede helft van het jaar opnieuw over aanzienlijke exportvolumes uit het Zwarte Zeegebied kan beschikken. Deze verwachting beperkt het opwaartse potentieel van de prijzen.
De weersomstandigheden vormen momenteel een belangrijke factor voor de markt. In Oekraïne wordt regen verwacht die gunstig is voor zomergewassen zoals maïs, maar tegelijk risico's oplevert voor wintergranen. Bij aanhoudend vochtig weer neemt de kans op schimmelziekten toe, wat gevolgen kan hebben voor zowel opbrengst als kwaliteit van het graan. Hoewel deze risico's vooralsnog lokaal lijken, worden ze door handelaren nauwlettend gevolgd omdat kwaliteitsproblemen tijdens de oogstperiode snel prijsimpact kunnen hebben.
Vraag uit importlanden
Aan de vraagzijde zijn er tekenen dat importeurs terugkeren naar de markt. Jordanië heeft opnieuw tarwe aangekocht via een internationale tender en Bangladesh heeft nieuwe volumes uitgeschreven.
Door de prijsdalingen van de afgelopen weken is West-Europese tarwe opnieuw concurrerend geworden voor bestemmingen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Vooral Franse tarwe profiteert hiervan. Hoewel de exportactiviteit nog niet uitzonderlijk sterk is, wijst de toenemende tenderactiviteit erop dat kopers de recente prijsdalingen benutten om voorraden aan te vullen.
Weinig beweging bij maïs
Binnen de overige granen blijft de prijsontwikkeling van maïs relatief richtingloos. De markt wordt enerzijds ondersteund door een aanhoudend sterke exportvraag naar maïs uit de Verenigde Staten, maar anderzijds afgeremd door gunstige groeiomstandigheden in de Midwest. Regen en warme temperaturen creëren vrijwel ideale omstandigheden voor de ontwikkeling van het gewas, waardoor de markt weinig aanleiding ziet om een weerpremie in te prijzen.
Olieprijzen
De sojamarkt wordt vooral beïnvloed door ontwikkelingen buiten de agrarische sector. Hogere olieprijzen ondersteunen sojaolie en daarmee indirect ook de sojabonenprijzen. Tegelijkertijd zorgen grote Braziliaanse exportvolumes en gunstige Amerikaanse weersomstandigheden ervoor dat het algemene marktbeeld voor soja ruim blijft. Hierdoor ontbreekt voorlopig een duidelijke opwaartse impuls.