De export van EU-tarwe groeit door extra vraag uit het Midden-Oosten en Afrika, terwijl de posities van lidstaten verschuiven. Dat zorgt voor veranderingen in de afzet en marktverhoudingen. Lees meer over exportontwikkelingen van EU-tarwe.
De totale export van zachte tarwe uit de Europese Unie is afgelopen handelsseizoen met 8,2% toegenomen tot 23,8 miljoen ton. Vooral een grotere vraag uit Saoedi-Arabië droeg bij aan deze groei ten opzichte van 2024/25. Ook Egypte, Zuid-Afrika en Jordanië hebben meer tarwe in de EU gekocht.
De grootste EU-tarwe-exporteur naar landen buiten de EU is Roemenië, met 7,3 miljoen ton. Deze hoeveelheid is 28% groter dan in het voorafgaande seizoen. Het illustreert de sterke opmars die Roemenië maakt als tarweverkoper op de wereldmarkt. In 2020/21 exporteerde het land nog 3,2 miljoen ton naar derde landen.
Frankrijk laat na de dip in seizoen 2024/25 een herstel zien met een export van 5,6 miljoen ton afgelopen seizoen. In hoeverre een hersteloperatie in de statistische problemen in Frankrijk een rol speelt, is niet duidelijk. Volgens de Europese Commissie hebben de Fransen hun cijfers sinds begin 2024 niet op orde.
Polen zag zijn positie op de exportmarkt sterk verbeteren met een export van 3,3 miljoen ton naar derde landen. Duitsland, Litouwen, Letland en Bulgarije zagen hun posities teruglopen. Bij Bulgarije speelt mee dat het land de cijfers niet goed op orde heeft.
Kleine speler
Nederland is een kleine speler in de EU-export van tarwe. Afgelopen seizoen exporteerde ons land circa 50.000 ton naar landen buiten de EU. In 2019/20 was dat nog bijna 150.000 ton; sindsdien is de export flink teruggelopen. In 2014/15 kende Nederland nog een uitschieter met een uitvoer van 420.000 ton naar derde landen.
Nederland leverde het afgelopen jaar 12.600 ton aan Guinee-Bissau. Dat West-Afrikaanse land ten zuiden van Senegal was daarmee de grootste afnemer van Nederlandse tarwe.