De tarwe-export uit het Zwarte Zeegebied stokt, maar een prijssprong zoals in 2022 blijft uit. Kopers wachten en aanbod blijft beschikbaar. Lees meer over de reactie van de tarwemarkt.
In 2022 overheerste de vrees dat graan uit Rusland en Oekraïne langdurig van de wereldmarkt zou verdwijnen. Nu houdt de markt juist voortdurend rekening met een diplomatieke oplossing waardoor de export weer op gang kan komen. Toen draaide het om de vraag: wat als het graan niet komt? Nu vooral om: wanneer komt het alsnog?
De koersontwikkeling maakt dat verschil duidelijk. Op 23 februari 2022, een dag voor de Russische inval, stond tarwe op de termijnmarkt in Parijs op €287 per ton. Op 7 maart was dat €422,50. Een stijging van ruim 47% in nog geen twee weken. In Chicago was de reactie nog sterker. Daar liep tarwe in dezelfde periode op van $8,74½ naar $14,25¼ per bushel, een stijging van bijna 63%.
Zo'n vlucht naar boven blijft nu uit. Het decembercontract voor tarwe op Euronext sloot dinsdag op €243,75 per ton. In Chicago verloor het decembercontract 9,5 dollarcent en sloot op $7,17¼ per bushel.
Export Zwarte Zee stokt
Aan de fysieke kant van de markt is er op het eerste gezicht weinig reden voor die relatief kalme reactie. De graanexport vanuit het Zwarte Zeegebied is ernstig verstoord. Over de exacte omvang verschillen de ramingen. Kpler rekent voor september op circa 1 miljoen ton Russische tarwe-export, tegen 5 miljoen ton een jaar geleden. SovEcon is minder somber. Het bureau verhoogde deze week de raming voor september van 1,8 naar 2,1 miljoen ton. Ook dat is echter nog altijd minder dan de helft van het niveau van een jaar geleden.
Over een wat langere periode wordt de omvang van de terugval nog duidelijker. SovEcon verwacht dat Rusland in juli, augustus en september samen 5,4 miljoen ton tarwe exporteert. Dat is 53% minder dan de 11,5 miljoen ton van vorig jaar en 58% minder dan het vijfjarig gemiddelde. Oekraïne komt naar verwachting op 2,6 miljoen ton. Samen exporteren beide landen dit kwartaal daarmee ongeveer 8 miljoen ton tarwe, het kleinste volume voor deze periode sinds seizoen 2010/11.
Er is geen gebrek aan Russische tarwe. De oogst is groot, maar het probleem zit in het transport. De verscheping vanuit de Zee van Azov kwam halverwege juli stil te liggen en ook de capaciteit via de Zwarte Zee is sterk beperkt. Rusland probeert daarom meer graan via onder meer de Oostzee en andere routes af te voeren. Dat vangt een deel van de uitval op, maar kan de normale capaciteit in het zuiden niet volledig vervangen.
Ook Oekraïense exporteurs zoeken alternatieven. Daardoor neemt bijvoorbeeld de druk op de Roemeense haven Constanța toe. De afhandeling bij de grens duurt inmiddels vijf tot zeven dagen, tegen twee tot drie dagen normaal.
Kopers wachten af
De problemen beginnen merkbaar te worden bij grote importeurs. Indonesië ontving deze maand tot dusver ongeveer 60.000 ton tarwe uit het Zwarte Zeegebied, tegen een half miljoen ton in dezelfde periode vorig jaar. Alternatieve tarwe uit Australië is volgens handelaren 20% tot 25% duurder dan eerdere aankopen vanuit het Zwarte Zeegebied.
Ook Egypte krijgt minder tarwe uit Rusland en Oekraïne binnen. Voor september en oktober staat minder dan een tiende van het volume van vorig jaar gepland. In de eerste helft van september importeerde Egypte 143.870 ton tarwe, tegen 876.139 ton een jaar eerder. Kopers kijken daardoor onder meer nadrukkelijker naar Frankrijk en andere Europese leveranciers.
Toch leidt dat nog niet tot een run op Europese of Amerikaanse tarwe. Veel kopers stellen aankopen zo lang mogelijk uit. Daarmee rekenen zij op verbetering van de situatie rond de Zwarte Zee. Komt de export weer op gang, dan kan relatief snel een behoorlijke hoeveelheid Russische en Oekraïense tarwe op de wereldmarkt verschijnen.
Aanbod niet verdwenen
Dat verklaart voor een belangrijk deel waarom de termijnmarkt zo sterk reageert op ieder signaal over diplomatie. Het aanbod is immers niet verdwenen. Bovendien zijn de vooruitzichten voor de wereldwijde tarwevoorraad ruimer geworden. De mondiale eindvoorraad wordt geraamd op 276,3 miljoen ton, mede dankzij betere oogsten in Argentinië, Australië en Canada.
Daarmee blijven de fysieke markt en de termijnmarkt verschillende signalen afgeven. Op de fysieke markt worden de gevolgen van de problemen rond de Zwarte Zee steeds duidelijker. Op de termijnmarkt overheerst tegelijkertijd regelmatig de verwachting dat die problemen uiteindelijk kunnen worden opgelost.
Hoe langer de exportproblemen aanhouden, hoe meer de fysieke markt onder druk komt. Importeurs kunnen aankopen uitstellen, maar niet onbeperkt. Naarmate voorraden bij molens en importeurs slinken, neemt de noodzaak toe om elders tarwe te kopen. Dat kan de vraag naar Europese tarwe vergroten.
Maïs veel sterker in Parijs
Bij maïs is de spanning op de Europese markt ondertussen duidelijker zichtbaar in de prijs. Het novembercontract op Euronext maakte een sprong van €7,25 en sloot op €276 per ton. Daarmee beweegt de Europese maïsmarkt opvallend anders dan Chicago. Daar verloor het decembercontract 6,25 dollarcent en sloot op $5,36¾ per bushel.
Dat verschil zit vooral in de Europese beschikbaarheid. De EU heeft veel maïs van buitenaf nodig en juist de aanvoer vanuit Oekraïne ondervindt hinder van de logistieke problemen. Aan de grens met Polen en Roemenië kunnen wachttijden voor spoortransport oplopen tot twee à drie weken.
De EU importeerde tot 20 september 4,47 miljoen ton maïs. Dat is 27% meer dan een jaar eerder. Opvallend is dat de Verenigde Staten met 1,86 miljoen ton inmiddels de grootste leverancier zijn. Oekraïne volgt met 1,40 miljoen ton en Brazilië met 976.000 ton.
In de Verenigde Staten ligt de situatie anders. Daar komt de oogst op gang en dat brengt seizoensmatig aanbod op de markt. Volgens het USDA was begin deze week 13% van de maïs geoogst, tegen gemiddeld 11% rond deze tijd. De Amerikaanse markt krijgt daarmee oogstdruk op een moment dat Europa juist naar extra importmaïs zoekt.
Zuid-Amerika vergroot aanbodsperspectief
Ook voor soja speelt het toenemende aanbod een belangrijke rol. In de Verenigde Staten was 12% van de soja geoogst, tegen gemiddeld 8%. Daarmee loopt de oogst voor op het meerjarig gemiddelde.
Tegelijkertijd kijkt de markt al naar Zuid-Amerika. In de Braziliaanse deelstaat Paraná was halverwege september circa 15% van de soja gezaaid. Regen heeft de omstandigheden voor het zaaien verbeterd. Een vlotte start van de sojateelt is bovendien gunstig voor de tweede maïsoogst, omdat die daardoor volgend jaar op tijd de grond in kan.
Ook Argentinië kan voor meer aanbod zorgen. De Buenos Aires Grains Exchange rekent voorlopig op een sojaproductie van 53,6 miljoen ton in 2026/27 en een maïsoogst van 66 miljoen ton. De ramingen lopen tussen organisaties overigens flink uiteen. De Rosario Grain Exchange komt bijvoorbeeld voor soja duidelijk lager uit en voor maïs juist hoger.