De tarwemarkt blijft in de greep van de aanvallen op schepen in de Zwarte Zee. Ondertussen zoekt Rusland nieuwe afzetroutes. Lees meer over alternatieve routes voor Russische tarwe.
Het decembercontract voor tarwe op de Matif in Parijs sloot gisteren €1,75 hoger op €247,50 per ton. Daarmee staat de notering rond het hoogste niveau in een maand. In Chicago ging het harder. Het decembercontract steeg 12 dollarcent naar $7,04¼ per bushel. Maïs won 10¾ cent en sloot op $5,08 per bushel. Soja steeg 22¼ cent naar $13,03 per bushel.
Dat tarwe opnieuw stijgt, is gezien de gebeurtenissen rond de Zwarte Zee niet verrassend. Opvallender is misschien wel dat de markt niet veel harder omhoog schiet. Na de aanval op een vrachtschip bij Roemenië zijn dinsdag opnieuw twee koopvaardijschepen geraakt, ditmaal voor de kust van Bulgarije. Onder de getroffen schepen bevond zich ook een vrachtschip met graan.
Daarmee komen de aanvallen steeds dichter bij andere vaarroutes die belangrijk zijn voor de graanhandel. Niet alleen de Russische en Oekraïense export via de Zwarte Zee staat onder druk. Ook de alternatieve route voor Oekraïens graan via de Donau en Roemeense havens wordt kwetsbaarder.
Toch blijft een echte prijsexplosie uit. Een Duitse handelaar sprak tegenover Reuters zelfs van een zekere vermoeidheid over het oorlogsnieuws. Nieuwe aanvallen leveren nog wel een risicopremie op, maar de markt lijkt zich deels te hebben aangepast aan de nieuwe werkelijkheid in het Zwarte Zeegebied.
Rusland zoekt uitweg over zee én land
Minstens zo belangrijk is dat Russische tarwe ondanks de problemen niet volledig van de wereldmarkt verdwijnt. Rusland probeert het graan dat niet via de gebruikelijke Zwarte Zeehavens kan worden uitgevoerd, via andere routes bij afnemers te krijgen.
De Oostzee springt daarbij het meest in het oog. Volgens schattingen van handelaren exporteerde Rusland vorige week circa 265.000 ton tarwe. Daarvan ging ongeveer 255.000 ton via havens aan de Oostzee. Via de Zwarte Zee werd slechts circa 8.000 ton verscheept. Ter vergelijking: eerder kon Rusland via de Zwarte Zee ongeveer 1 miljoen ton tarwe per week uitvoeren.
Maar Rusland kijkt verder dan de Oostzee. Ook de spoorverbindingen richting Centraal-Azië worden belangrijker. In de eerste zeven maanden van dit jaar ging circa 2,7 miljoen ton Russisch graan per spoor over de grens met Kazachstan, ongeveer twee keer zoveel als een jaar eerder. Een deel daarvan wordt via Kazachstan verder vervoerd naar landen als Oezbekistan, Kirgizië en Turkmenistan.
Vooral Oezbekistan is interessant als extra afzetmarkt. Er wordt gesproken over de aankoop van maximaal 500.000 ton Russische tarwe. Daarbij wordt ook gekeken naar aanvoer via Russische havens aan de Kaspische Zee.
Kazachstan vervult in dat geheel een dubbele rol. Het land is een belangrijke doorvoerroute naar Centraal-Azië, maar is tegelijkertijd zelf een grote tarwe-exporteur. Rusland kan de regio daardoor niet zomaar overspoelen zonder te concurreren met Kazachse tarwe. De extra landroutes bieden Rusland dus lucht, maar zijn geen volledige vervanging voor de enorme exportcapaciteit van de Zwarte Zee.
Dat is de spagaat waar de tarwemarkt nu mee zit. Er is voldoende Russische tarwe beschikbaar en Moskou vindt nieuwe wegen om een deel daarvan te exporteren. Tegelijkertijd zijn die routes duurder en omslachtiger en hebben ze veel minder capaciteit. Dat zet een rem op de prijsstijging, maar neemt de risicopremie niet weg.
Oekraïense tarwe blijft eveneens steken
Oekraïne heeft op 5,11 miljoen hectare 26,01 miljoen ton tarwe gehaald. Dat komt neer op een gemiddelde opbrengst van 5,08 ton per hectare. Het naar buiten krijgen van die tarwe is een ander verhaal. Oekraïne exporteerde in de eerste drie maanden van seizoen 2026/27 circa 2,7 miljoen ton tarwe. Dat is 42% minder dan een jaar eerder.
De export via de diepzeehavens rond Odessa is sinds half juli zwaar gehinderd. Alternatieve routes zorgden in september wel voor enig herstel, maar de beschikbare transportcapaciteit krijgt de komende maanden ook concurrentie van maïs en oliezaden.
Daarmee wordt logistiek steeds belangrijker voor de prijsvorming. Op papier is er tarwe beschikbaar, maar dat wil niet zeggen dat die tarwe ook op tijd en tegen acceptabele kosten bij de eindgebruiker terechtkomt.
Kwaliteit wordt aandachtspunt
Daar komt nog een tweede punt bij: de kwaliteit. Door de problemen met de Russische export is minder tarwe met circa 12,5% eiwit gemakkelijk beschikbaar. Andere grote exporteurs zoals Australië en Argentinië hebben relatief veel tarwe met een lager eiwitgehalte. Oekraïne beschikt over maaltarwe, maar kampt zoals gezegd ook met logistieke beperkingen.
Voor Europa biedt dat kansen, al zijn de signalen aan de vraagkant niet uitsluitend positief. Frankrijk exporteert dit seizoen waarschijnlijk minder tarwe naar Marokko. Dankzij betere regenval kwam de Marokkaanse oogst uit op 4,4 miljoen ton. Frankrijk exporteerde vorig seizoen nog 3,5 miljoen ton tarwe naar Marokko. Voor de periode september tot en met mei wordt nu gerekend op ongeveer 2,5 miljoen ton.
Twijfel over Amerikaanse maïsopbrengst
Op de maïsmarkt ligt de aandacht veel meer bij de Verenigde Staten. Het decembercontract in Chicago maakte gisteren een flinke sprong van 10¾ cent naar $5,08 per bushel.
Het USDA verlaagde de beoordeling van de conditie van het Amerikaanse maïsgewas sterker dan de markt had verwacht. Nog 54% van het areaal krijgt de beoordeling goed of excellent. Dat is het laagste percentage van dit seizoen en zorgt voor twijfel over de uiteindelijke opbrengst.
Tegelijkertijd loopt de oogst wat achter. Afgelopen zondag was 23% van de maïs binnen, tegen 27% gemiddeld over de afgelopen vijf jaar. Regen heeft de oogst vertraagd. De weersverwachtingen zijn gunstiger en in een groot deel van de Corn Belt wordt de komende dagen droog weer voorzien.
Vrijdag volgt een belangrijk meetmoment. Dan publiceert het USDA het nieuwe Wasde-rapport. De vraag is vooral of het ministerie de Amerikaanse opbrengstraming naar beneden bijstelt. De termijnmarkt loopt daar nu al enigszins op vooruit.
Buiten de VS komen gemengde signalen. Nigeria kan volgens USDA zijn maïsimport in 2026/27 opvoeren tot 900.000 ton. Ook de Filipijnen willen meer maïs invoeren om voldoende voer beschikbaar te houden voor de varkens- en pluimveehouderij.
Daar staat China tegenover. Het aandeel maïs in Chinese veevoerrantsoenen is volgens USDA FAS gedaald van 47% in januari naar 29% in augustus. Tarwe, gerst en sorghum zijn concurrerende alternatieven. De prognose voor het Chinese maïsverbruik is daardoor met 1 miljoen ton verlaagd naar 322 miljoen ton.
Soja maakt flinke sprong
Ook soja profiteert van onzekerheid over de Amerikaanse oogst. Het novembercontract in Chicago steeg gisteren 22¼ cent naar $13,03 per bushel.
Een kwart van het Amerikaanse soja-areaal is geoogst. Het vijfjarig gemiddelde voor deze week ligt op 33%. De recente regen heeft niet alleen voor vertraging gezorgd, maar roept ook vragen op over de kwaliteit en het oliegehalte van de bonen.
Net als bij maïs kijkt de markt daarom nadrukkelijk naar het Wasde-rapport van vrijdag. Daartegenover blijft de concurrentie uit Zuid-Amerika een rem op de Amerikaanse markt. Braziliaanse soja heeft bij levering in China nog altijd een prijsvoordeel ten opzichte van Amerikaanse bonen.