De Chinese economie groeit, maar de historische samenhang met graanprijzen verzwakt. Dat bemoeilijkt de inschatting van de vraag naar landbouwgrondstoffen. Lees meer over China's invloed op de graanmarkt.
China is al ruim twintig jaar een van de belangrijkste spelers op de internationale grondstoffenmarkten. Wanneer de Chinese economie hard groeide, gingen de prijzen van onder meer tarwe, maïs en sojaolie doorgaans omhoog. Vertraagde de economische groei, dan volgden de grondstofprijzen vaak met enige vertraging. Volgens Erik Norland, hoofdeconoom bij CME Group, is die samenhang de afgelopen jaren minder duidelijk geworden.
In een deze week gepubliceerde analyse laat Norland zien dat de maïsprijs in het verleden vaak twaalf tot achttien maanden achterliep op veranderingen in de Chinese economische groei. Ook bij tarwe en sojaolie was een vergelijkbaar patroon zichtbaar. Een verklaring daarvoor ligt volgens de analist in het strategische voorraadbeleid van China. Het land koopt doorgaans meer grondstoffen wanneer de prijzen laag zijn of dalen. Bij hoge of stijgende prijzen wordt de import juist afgeremd.

Oude verbanden verliezen betekenis
Sinds 2022 zijn de ontwikkelingen op verschillende grondstoffenmarkten steeds verder uiteen gaan lopen. Dat komt volgens CME Group doordat de Chinese economie zelf sterk verandert. Sommige sectoren groeien nog altijd, terwijl andere juist onder druk staan. Daardoor geeft de algemene economische groei steeds minder informatie over de vraag naar afzonderlijke grondstoffen.
Voor de graanmarkt betekent dit dat een versnelling of vertraging van de Chinese economie niet automatisch dezelfde gevolgen heeft voor de prijzen van tarwe en maïs als in het verleden. Ook andere factoren, zoals oogstverwachtingen, wereldwijde voorraden en geopolitieke ontwikkelingen, blijven bepalend voor de prijsvorming.
Industrie groeit, vastgoedsector krimpt
Opvallend is dat de Chinese industrie nog altijd groeit. Volgens CME Group neemt de industriële productie met ongeveer 5% op jaarbasis toe. Ook de export ontwikkelt zich sterk, onder meer dankzij de productie van elektrische auto's, zonnepanelen en andere industriële goederen. De vraag naar grondstoffen zoals koper profiteert daarvan.
Heel anders is het beeld in de vastgoedsector. De investeringen in de bouw van woningen en kantoren zijn sinds de piek in 2021 met 58% teruggevallen. Ook de huizenprijzen staan onder druk. Die zijn volgens de analyse ongeveer 15% gedaald ten opzichte van het hoogste niveau in 2021.
Dat heeft gevolgen voor de bestedingen van Chinese huishoudens. Een groot deel van hun vermogen zit vast in vastgoed. Dalende huizenprijzen drukken daardoor op het consumentenvertrouwen en de koopkrachtbeleving. De groei van de detailhandelsverkopen is inmiddels teruggevallen tot een historisch laag tempo.

Graanmarkt minder afhankelijk van groeicijfers
De uiteenlopende ontwikkelingen binnen de Chinese economie maken het moeilijker om de vraag naar landbouwgrondstoffen te beoordelen op basis van de algemene economische groei. Waar de industriële productie en export nog altijd sterk groeien, blijft de binnenlandse consumptie achter.
Dat betekent overigens niet dat China minder belangrijk wordt voor de wereldwijde graanhandel. Het land blijft een grote afnemer van landbouwgrondstoffen en kan met veranderingen in het import- en voorraadbeleid nog altijd flinke invloed uitoefenen op de internationale markten.
De analyse van CME Group maakt vooral duidelijk dat de oude samenhang tussen Chinese economische groei en grondstofprijzen minder houvast biedt. Voor handelaren in tarwe, maïs en soja wordt het daardoor belangrijker om niet alleen naar de economische groeicijfers van China te kijken, maar vooral naar de daadwerkelijke importbehoefte, het voorraadbeleid en de ontwikkelingen in de afzonderlijke sectoren.