De plotselinge en sterke stijging van de Amerikaanse melkvetexport naar Europa neemt geleidelijk weer af. Toch blijft de uitvoer tot tenminste oktober maandelijks nog vele keren hoger dan de totale melkvetexport naar de EU in 2024.
Dit blijkt uit de jongste exportgegevens van de US Dairy Export Council (USDEC). In oktober ging er nog 1.655 ton Amerikaanse boter en boterolie naar de EU, en dan met name naar Nederland. Gedurende de eerste 10 maanden van vorig jaar ging daarentegen ruim 12.000 ton Amerikaans melkvet naar Europa. Ter vergelijking: in heel 2024 ging het nog maar om 306 ton, bijna 40 keer minder.
De sterk gegroeide stroom Amerikaans melkvet richting Europa heeft twee oorzaken. Ten eerste het prijsverschil. Amerikaanse product is heel veel goedkoper dan het Europese aanbod. Die situatie is nog steeds zo.
De tweede oorzaak is de gewijzigde handelsrelatie tussen de VS en de EU, waarin door toedoen van de Amerikaanse president Donald Trump minder wederzijdse barrières zijn.
Het Amerikaanse product is vanwege de andere samenstelling en ook een verschil in kwaliteit niet geschikt als retailproduct. In de supermarkt ligt het dus niet, maar het is goed acceptabel voor diverse grote industriële verwerkers. Hetzelfde geldt voor AMF/boterolie.
Een groot deel van de Amerikaanse boter en boterolie komt de EU overigens binnen zonder dat er veel importheffing over hoeft te worden betaald. Dit is niet de verdienste van Trump, maar omdat het product de EU binnenkomt onder het 'actieve veredelingsregime', waarbij een im- en exportvolume tegen elkaar wordt uitgewisseld en er per saldo geen import plaatsvindt (gezien vanuit de regelgeving). Vanwege deze 'fictie' is het ook moeilijk om harde cijfers over volumes te achterhalen.
Het feit dat de gewone boterprijs in de VS stukken lager ligt dan in de EU belet overigens niet dat er nog steeds tienduizenden tonnen Ierse boter van hoge kwaliteit naar de VS gaan. Amerikaanse consumenten blijven nog altijd bereid hiervoor iets extra te betalen.