De gemiddelde melkveehouder heeft vorig jaar goed geboerd. De inkomsten uit melk en veeverkoop waren prima, waardoor ook een stevige liquiditeitspositie van zo'n €132.000 kon worden opgebouwd. Dit jaar kan deze buffer evenwel direct weer worden ingezet, want de kosten zijn inmiddels weer flink hoger dan de inkomsten.
Deze monitor is gebaseerd op de transactiedata van meer dan 1.000 gespecialiseerde melkveebedrijven. De liquiditeitspositie is niet hetzelfde als het inkomen. Het gemiddelde melkveehoudersinkomen (gangbaar bedrijf) beliep volgens een ramingen van WUR afgelopen jaar ongeveer €120.000.
In 2024 kon ook al enige liquiditeit worden opgebouwd. Toen was dit op het eind van het jaar gemiddeld €57.000. Vorig jaar is die meer dan verdubbeld naar €132.000. Dit gebeurde vooral dankzij goede resultaten in de eerste negen maanden van het jaar. In het laatste kwartaal van 2025 zakte met name de melkprijs scherp en kwam die ook onder de kritieke melkprijs uit. Die wordt geraamd op €47 per 100 kilo. In december schommelde de gemiddeld melkprijs net iets boven de €40 per 100 kilo. Zie ook de DCA-index van de gemiddelde Nederlandse basis(melk)prijs. Elke euro daling van de melkprijs per 100 kilo staat voor zo'n €10.000 per jaar aan inkomsten.
Hoewel de gemiddelde melkveehouder dus wel tegen een stootje kan, staat niet iedereen er even stevig voor. Met name jonge ondernemers die pas een overname of een andere grote investering hebben gedaan, zijn kwetsbaar voor langere periodes met lagere prijzen. Zij hebben niet alleen minder hoge buffers, maar gemiddeld ook veel hogere rente- en aflossingskosten.
Grote kostenposten waar het gemiddelde bedrijf dit jaar mee heeft te rekenen, betreffen de belastingaanslag (over 2025), kosten voor mestafzet en kosten voor het voorjaarswerk.