De melkproductie in de 24 belangrijkste Amerikaanse zuivelstaten is het jaar sterk begonnen, hoewel er ten opzichte van december wel en daling zichtbaar is.
Daarmee zet de groei door, al is het tempo lager dan de 4,6% groei in december. Vermoedelijk komt dit door de extreme kou in januari, die de productie heeft gedrukt.
De productie wordt gedragen door zowel meer koeien als hogere opbrengsten per dier. Het aantal melkkoeien nam met 2,2% toe tot 9,15 miljoen stuks, terwijl de melkproductie per koe met 1,2% steeg. Vooral in Californië (+4,7%), Texas (+7,6%) en Kansas (+26,1%) was sprake van stevige groei. In staten als Washington (-6,1%) en Pennsylvania (-3%) daalde de productie juist.
Weinig vaarzen
Opvallend is dat de groei in toenemende mate afhankelijk is van uitbreiding van de veestapel, en minder van hogere productiviteit per koe. Dat roept vragen op over de houdbaarheid van de productie-expansie op de langere termijn. Volgens cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) daalde daarnaast het aantal vervangingsvaarzen per 1 januari met 0,27% tot 3,9 miljoen dieren, dit is het laagste niveau in twee decennia.
Dit betekent dat melkveehouders koeien langer in productie houden om de groei vast te houden. Op korte termijn ondersteunt dit het aanbod, maar op langere termijn kan dit de melkaanvoer gaan drukken.
Melkprijs stevig onder druk
Tegelijkertijd staan de melkprijzen onder druk. De gemiddelde Amerikaanse melkprijs lag in december op $19 per hundredweight (45,3 kilo), een daling van ruim 18% ten opzichte van een jaar eerder. In alle 24 staten daalden de prijzen.
De combinatie van hoge productie en lagere prijzen zet marges onder druk en beperkt de prikkel om verder uit te breiden. Daarnaast zet de consolidatie in de sector door. Het aantal geregistreerde melkveebedrijven daalde het afgelopen jaar met circa 4%.