De prijzen op de vloeibare en de vaste zuivelmarkt bewegen steeds verder uit elkaar. Terwijl de prijzen voor vaste zuivel – poeders en kazen – steeds verder oplopen, vallen de prijzen voor met name rauwe melk en magere melkconcentraat nog verder terug dan vorige week.
Melkvet vormt een uitzondering met een forse stijging van de roomprijs en een boterprijs die op afstand iets meebeweegt.
Er worden diverse verklaringen aangevoerd voor deze ontwikkelingen. De melkaanvoer is en blijft hoog voor deze tijd van het jaar. Daardoor is er volgens de berichten onvoldoende capaciteit om rauwe melk te splitsen in room en magere melkconcentraat. Daardoor zakt de rauwe melkprijs weer flink terug.
Room vindt redelijk goed zijn weg, maar met magere melkconcentraat zit het ingewikkelder. Er is export naar Zuid-Europa voor de versafzet, er wordt ook volop concentraat gedroogd tot magere melkpoeder, maar nog steeds is er meer aanbod van concentraat dan de poedertorens in met name Noordwest-Europa aankunnen.
Concentraat vindt daarom zijn weg tot in Polen, maar de keerzijde daarvan is dat opkopers in verband met hoge transport- en droogkosten niet veel geld meer bieden voor het concentraat. Deze week zakte de DCA-notering met ongeveer een derde in prijs tot €705 per ton droge stof. De in de voorbij weken flink gestegen melkpoederprijs maakt dat dat er uiteindelijk toch nog een leuke marge overblijft voor de handel, regelmatig tot €1.000 per ton. Magere melkpoeder wordt momenteel verkocht voor zo'n €2.500 per ton.
Zuivelproducenten die zelf melkaanvoer hebben, zitten in een moeilijkere positie dan opkopers. Zij kunnen niet beginnen met een door anderen afgewaardeerde grondstof. Ze betalen de melkveehouders een marktconforme melkprijs en moeten de melk vervolgens omzetten naar poeder (en room). Dat is een operatie die nu amper de kosten dekt (maar ook niet meer heel veel verlies kost, zoals in de voorbije maanden).
De roomprijs zet deze week juist een verdere stijging in, hoewel de markt nog altijd behoorlijk volatiel is. De DCA-notering gaat met bijna 15% omhoog, maar zit nog altijd onder de boternotering. Daarmee zit er eigenlijk een boete op de boterproductie, want om op een vergelijkbaar rendement uit te komen, zou de boterprijs eigenlijk €1.000 per ton hoger moeten zijn dan ze nu is. Het is opnieuw een teken dat er een overvloed aan vloeibaar product is.
De best renderende optie voor de productie van zuivelcommodity's is de productie van kaas. Met name de prijzen voor foliekaas en mozzarella zitten nog altijd in een stijgende lijn. De andere kaasprijzen lopen ook wel op, maar relatief minder hard. Aangevuld met de weiopbrengst zorgt met name de productie van foliekaas en mozzarella voor een goede opbrengst. Vooral de bedrijven die de wei kunnen opwaarderen tot hogere wei-ingrediënten doen het goed.