De rechtbank Rotterdam heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in het ongelijk gesteld en Lactalis verlost van een last onder dwangsom voor het eenzijdig wijzigen van de melkprijs. Dit gebeurde in een uitspraak in drie beroepen van veehouders die lever(d)en aan Lactalis.
De zaak kwam voor de rechtbank omdat zowel het Leveranciersvereniging Leerdammer Collectief (LVLC) als Lactalis Leerdammer het oneens waren met een uitspraak van de ACM inzake de inkoopvoorwaarden voror melk door Lactalis. Volgens LVLC overtrad Lactalis met verschillende inkoopvoorwaarden die zij hanteerde de Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen (Wet OHP Landbouw).
Na onderzoek legde de ACM een last onder dwangsom op aan Lactalis, omdat zij in strijd met de wet de melkprijs eenzijdig wijzigde. De andere klachten van LVLC waren volgens de ACM ongegrond. Vervolgens ontwikkelde Lactalis een nieuw prijssysteem. LVLC vond dat dit prijssysteem niet aan de last onder dwangsom voldeed en verzocht de ACM om dwangsommen in te vorderen. De ACM wees dat verzoek af in een niet-invorderingsbesluit, omdat het nieuwe prijssysteem volgens haar wel aan de last voldeed.
Lactalis en LVLC stelden allebei beroep in tegen het last-onder-dwangsombesluit. Lactalis omdat zij de oplegging van de last onterecht vond, LVLC omdat zij vond dat er ook andere overtredingen hadden moeten worden vastgesteld. LVLC stelde daarnaast beroep in tegen het niet-invorderingsbesluit.
De rechtbank Rotterdam komt op basis van een andere interpretatie van de toepasselijke Europese regels dan de ACM tot het oordeel dat geen sprake is van een overtreding van het verbod op eenzijdige prijswijzigingen. Het maandelijks eenzijdig vaststellen van de melkprijs, zonder dat hiervoor een transparant en objectief systeem is overeengekomen of dat hierover onderhandeld kan worden, geldt volgens de rechtbank niet als een eenzijdige wijziging van de prijsvoorwaarden. De tussen Lactalis en haar leveranciers gesloten overeenkomsten wijzigen hierdoor namelijk niet. Omdat de rechtbank vaststelt dat geen sprake is van een overtreding, was de ACM niet bevoegd om aan Lactalis een last onder dwangsom op te leggen, vindt de rechtbank en vernietigt daarom het besluit.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het CBb. De ACM bestudeert de uitspraak en beslist of zij hiertoe aanleiding ziet. Lactalis heeft haar leveranciers van de uitspraak op de hoogte gesteld, maar geeft inhoudelijk nog geen reactie.
Reactie LVLC
In een aparte reactie spreekt de LVLC haar teleurstelling en verbazing uit dat de rechtbank Rotterdam zowel haar als de ACM in het ongelijk heeft gesteld in een civiele zaak over de melkprijs van Lactalis Leerdammer. De rechtbank heeft geoordeeld dat de maandelijkse prijsbepaling voor de melk door Lactalis Leerdammer geen oneerlijke handelspraktijk is, omdat ze daarmee niet eenzijdig de leveringsvoorwaarden wijzigt.
Daarom was de ACM volgens de rechtbank ook niet bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen. De rechtbank heeft ook beroepen op internationale regelgeving afgewezen.
Kennelijk heeft de keuze die de wetgever heeft gemaakt om het niet verplicht te stellen, dat een overeenkomst tussen melkleverancier en melkverwerker schriftelijk moet worden vastgelegd grote gevolgen, zo meent advocaat Paul van der Donck van de LVLC. Zou die verplichting bestaan, dan zou in alle vrijheid onderhandeld moeten kunnen worden over alle elementen in de gesloten contracten tussen leverancier en verwerker en dat hoeft nu volgens de rechtbank niet, constateert hij.
De LVLC vindt in ieder geval dat de politiek heeft gefaald als het oordeel van de rechtbank overeind blijft. Daarmee zou de bescherming voor de melkleverancier een wassen neus zijn geworden, stelt ze. Die bescherming moet er komen. Ook het eisen van betalingen van leveranciers die geen verband houden met de levering van melk (contributie ZuivelNL) moet stoppen. Andere punten voor de LVLC zijn meer transparantie zijn in de melkprijsvorming en betere bescherming van agrarische bedrijfsgeheimen.