De Nederlandse melkveestapel is in 2026 verder gekrompen, zo blijkt uit de voorlopige landbouwtelling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Opvallend is dat het aantal melkveebedrijven opnieuw sneller afneemt dan het aantal koeien, waardoor de gemiddelde bedrijfsomvang verder toeneemt. Lees hier meer.
Volgens het CBS komt het totale aantal melkkoeien, met het bijbehorende jongvee, uit op circa 2,4 miljoen dieren. Dat zijn 36.390 dieren minder dan een jaar eerder, een daling van 1,5%. De krimp van de afgelopen jaren zet daarmee door, al is deze beperkt. Vergeleken met 2015 is de melkveestapel inmiddels met ruim 562.000 dieren, ofwel 19%, afgenomen.
Het aantal melk- en kalfkoeien van twee jaar en ouder daalde van 1.526.840 in 2025 naar 1.511.940 in 2026. Dat zijn 14.900 koeien minder, een afname van 1%. Ondanks deze lichte krimp laat de Nederlandse melkaanvoer in de eerste helft van 2026 juist een duidelijke groei zien. Dat wijst erop dat de melkproductie per koe hoog blijft.
De relatief beperkte afname van de melkveestapel hangt mogelijk samen met de onzekerheid over een eventuele generieke korting. Sommige melkveehouders lijken daarom terughoudend te zijn geweest met het afvoeren van melkkoeien.
De jongveestapel daalde sterker dan de melkveestapel. Het aantal stuks nam met 21.490 af tot 884.270 dieren, een daling van 2,4%. Daarmee zet de trend van een kleinere jongveestapel verder door.
Daling aantal bedrijven
Het aantal melkveebedrijven nam met 2,9% af, van 13.360 naar 12.970 bedrijven. Omdat het aantal bedrijven sneller daalt dan het aantal melkkoeien, stijgt het gemiddelde aantal melkkoeien per bedrijf van circa 114 naar bijna 117 dieren. De schaalvergroting in de melkveehouderij zet daarmee verder door.
Minder kalveren
Ook de kalverhouderij kromp verder. Het aantal vleeskalveren daalde met 3,1% tot 932.840 dieren. Vooral het aantal blankvleeskalveren liep terug, terwijl de rosékalverhouderij een beperktere krimp liet zien. Sinds 2019 is het aantal vleeskalveren met ruim 10% afgenomen, mede als gevolg van de beëindigingsregelingen van de afgelopen jaren.