Ook al breekt de Amerikaanse kaasexport dit jaar weer records, de groei van de kaasproductie en -export is te klein om te kunnen voldoen aan de snel expanderende markt voor hoog-eiwit producten. Dit stelde marktonderzoeksbureau McCully op een Wei-congres in Chicago.
Vooral in de VS nam de vraag naar producten als WPC80 en WPI90 zo sterk toe, dat er ondanks een toenemende kaasproductie, dit jaar minder WPC80 en WPI90 kan worden geëxporteerd dan vorig jaar. Data van het Amerikaanse zuivelexportbureau over het eerste halfjaar van 2026 bevestigen dat.

Vergeleken met dezelfde periode vorig jaar ging er in de eerste helft van dit jaar bijna 8.500 ton minder WPC80 en WPI90 over de grens. De binnenlandse markt slokt bijna alle beschikbare product op.
Oorzaak is de geëxplodeerde vraag naar weiproducten met een hoog eiwitgehalte, veroorzaakt door met name het gebruik van GLP1-middelen. Ook de wereldwijde handel in bijvoorbeeld WPC80 is sterk gedaald, ondanks een 12% hogere export vanuit Nieuw-Zeeland (1.227 ton) en een licht hogere export vanuit de EU.
De beschikbaarheid van WPC80 en WPI90 is afhankelijk van de kaasproductie. Hoe meer geproduceerd, des te meer wei beschikbaar komt. Dat is de grondstof voor alle hoog-eiwit producten.
Al daalde de export, het belang van hoog-eiwit weiproducten voor de kaasindustrie groeit hard. Waren deze producten tot voor kort goed voor slechts zo'n 20% verantwoordelijk voor de winstgevendheid van de bedrijfstak, momenteel is dit aandeel al opgelopen tot zo'n 50%.
De prijs van WPC80 bereikte in juli van dit jaar een piek. Vanaf medio augustus ging de prijs in de VS gestaag naar beneden. WPI90 blijft meer gevraagd en ook beter prijshoudend. Onder invloed van de sterke vraag naar hoog-eiwit producten is ook de prijs voor onder meer WPC34 en gewone weipoeder sterk opgelopen.