Wat je in de winter uit de kuil haalt, wordt in het voorjaar op het land bepaald. Wil je een graskuil met hoge kwaliteit, dan moet het gras stikstof én zwavel krijgen op het moment dat het ze nodig heeft. Een tekort aan zwavel kan ten koste gaan van drogestofopbrengst en eiwit.
Dit zijn vier dingen waar jouw gras op rekent, zodat jij op je gras kunt rekenen.
1. Voldoende zwavel
Gras heeft circa 35 à 50 kilo SO3 (zwavel) per hectare per snede nodig. Zwavel is een belangrijke bouwsteen van aminozuren en eiwit en daarmee onmisbaar voor de hoeveelheid benutbaar eiwit voor de koe. Ook voor de koe zelf is zwavel belangrijk. Voor een goede zwavelvoorziening heeft melkvee 1,5 à 2 gram zwavel (S) per kilo droge stof nodig. Een tekort kan, naast andere factoren, van invloed zijn op de melkproductie en de diergezondheid.
2. De juiste timing
Zwavel uit mest en bodem is pas beschikbaar na mineralisatie, en daarvoor zijn vocht en een hogere bodemtemperatuur nodig. In het vroege voorjaar is de bodem nog koud. Een gemiddelde gift rundveedrijfmest levert 15 tot 25 kilo zwavel (SO3), maar in die periode komt er maar maximaal 5 tot 8 kilo beschikbaar. Een aanvullende gift van circa 40 kilo zwavel is dan nodig. Vooral de eerste en tweede snede lopen risico op een tekort.
Voor eiwitvorming heeft de plant stikstof én zwavel nodig. Ontbreekt een van beide, dan wordt de eiwitsynthese aangetast, met gevolgen voor opbrengst en kwaliteit. Dynamon Care geeft je beide in één gift (24% N en 17,5% SO3).
Deze meststof bouwt op de bekende 50/50-verhouding van nitraat en ammonium. Het nitraat zorgt voor een snelle start, het ammonium voor langdurige voeding via gebonden stikstof. Bij conventionele meststoffen wordt ammonium snel omgezet in nitraat, en dan kan stikstof verloren gaan voordat het gras die kan opnemen. Daarom bevat Dynamon Care een nitrificatieremmer. Die houdt de stikstof langer in de wortelzone, zodat het gras die kan opnemen wanneer het er behoefte aan heeft.* De remmer werkt vier tot tien weken, afhankelijk van temperatuur en vocht.

3. Maatwerk in de latere sneden
Of de derde en volgende sneden zwavel nodig hebben, hangt af van de bodem. Het zwavelleverend vermogen (SLV) op je bodemanalyse geeft aan hoeveel zwavel er in het groeiseizoen nog vrijkomt. Op veengrond komt later in het seizoen nog veel zwavel vrij, waardoor aanvullende zwavel daar dan niet nodig is. Op klei-, zand- en lössgrond is zwavelbemesting bij snede 1 en 2 sowieso aan te raden. Geef later in het seizoen zwavel op maat en naar behoefte.
4. Vergeet de klaver niet
Grasklaver wordt steeds populairder. Klaver draagt bij aan de stikstofvoorziening, maar heeft zelf ook zwavel nodig. Bij een zwaveltekort ontwikkelen de wortelknolletjes zich slechter, en juist daar wordt stikstof uit de lucht gebonden. Ook het calcium in Dynamon Care draagt bij aan het beter functioneren van de wortelknolletjes. Volgens het bemestingsadvies van het CBGV is bij grasklaver alleen een stikstofgift voor de eerste snede nodig, afhankelijk van het stikstofleverend vermogen (NLV) van de bodem. Een stikstofmeststof met zwavel heeft dan extra meerwaarde, voor zowel gras als klaver.
In de kuil zie je het resultaat
Bij voldoende zwavel en een optimaal maai- en inkuilmoment komt er meer DVE en minder OEB in de kuil. Een belangrijk kengetal is de stikstof-zwavelverhouding in het ingekuilde gras. De streefwaarde is 12. Zit je daarboven, dan is er sprake van een zwaveltekort.
Meer weten over Dynamon Care? Kijk op www.oci-dynamon.nl.
*nutrinorm.nl/care-evidence