De keuze van Farmel om zich weer te gaan concentreren op de kernactiviteiten, heeft het bedrijf geen windeieren gelegd. De onderneming heeft vorig jaar afgesloten met een nettoresultaat van €6,3 miljoen en voor dit jaar stevent het af op het beste resultaat ooit.
Commercieel directeur Aris van Ommeren en financieel directeur Johan Westhoff zitten er dan ook ontspannen bij. Het is wel eens anders geweest, maar nu loopt het zakelijk gezien prima. Zo lang het jaar 2026 niet is afgelopen, kunnen er geen verdere uitspraken over worden gedaan, maar tekenend is dat grootaandeelhouder Ausnutria in het halfjaarverslag al melding maakte van een positieve bijdrage van €4 miljoen gedurende de eerste zes maanden van dit jaar.
De verkoop van Veco Zuivel aan Inex per eind 2024 heeft een grote impact gehad op de resultaten van Farmel, aldus Van Ommeren. Nu kunnen we weer de volle focus hebben op de eigen activiteiten."
Nog 2 activiteiten
Vanaf begin 2025 zijn het dus twee verschillende activiteiten waar Farmel zich op richt: enerzijds MilkSupply as a Service - de melkinzameling van eigen boeren en doorverkoop aan een reeks kleinere en middelgrote zuivelverwerkers, anderzijds de levering van melk, boter en melkpoeder. Beide activiteiten hebben zich volgens Westhoff en Van Ommeren goed ontwikkeld.
Ten opzichte van 2024 is de omzet van Farmel met ruim €134 miljoen gestegen tot €798 miljoen. Nu is dat cijfer niet zo heel veelzeggend, want de melkprijzen waren vorig jaar ook vrij hoog. Belangrijker is natuurlijk wat er overblijft. Op dat punt is er duidelijk veel veranderd. In 2024 was de winst voor belasting €4 miljoen negatief, terwijl het nettoresultaat nog €3 miljoen slechter was. Vorig jaar was het brutoresultaat gekeerd naar €9 miljoen positief, waarvan netto €6,3 miljoen resteerde.
Groeiend netwerk
De verkoop van Veco had in 2024 een groot aandeel in het uiteindelijke resultaat, maar in de tweede helft van 2025 veranderde ook de markt en zijn de resultaten verder de goede kant op gedraaid voor Farmel, aldus Westhoff. "Onderliggend ging het al eerder beter", voegt Van Ommeren toe.
Dit jaar verbeteren de resultaten zich nog meer, geven beide heren aan. Van Ommeren: "Ons netwerk breidt zich nog altijd verder uit en onze klanten kopen meer, want ook bij hen is er goede groei. Bovendien willen veel afnemers meer leveringszekerheid tegen de achtergrond van een op termijn afnemende melkproductie in Nederland. Waar ze eerder nog een deel van de melk via ons inkochten, gaan ze nu soms helemaal over."
Melk genoeg
Melkaanvoer heeft Farmel voorlopig genoeg. Van de eigen boeren beloopt de omvang van de melkaanvoer zo'n 400 miljoen kilo. Het totale melkvolume in 2025 had een omvang van ongeveer 650 miljoen kilo.
Het werkgebied van de tak Milk Supply as a Service is voornamelijk Nederland en België, maar Farmel is ook actief in Noord-Frankrijk en Duitsland.
Een deel van de melk (plus concentraten en boter) laat Farmel via loonwerkcontracten verwerken tot melkpoeders en room. De melkpoeder wordt wereldwijd verkocht, de boter vooral binnen Europa.
Beide bedrijfsonderdelen hebben hun eigen businessmodel, maar ondersteunen elkaar ook.
De melk die Farmel inzamelt, is niet één grote witte stroom, maar bestaat uit melk met verschillende specificaties. Momenteel worden 8 verschillende stromen geleverd, maar dat aantal is groeiende. Westhoff: "Voor veel verwerkers van melk is het werken met verschillende stromen erg lastig te managen. Voor ons geldt dat niet, omdat wij klantgericht werken en het niet door een eigen fabriek moet. In de basis kunnen we alles doen, zolang de afzonderlijke inzameling lonend is voor ons en de betrokken melkveehouders.
Bij de winnaars
Met het vooruitzicht dat de melkaanvoer de komende jaren gaat dalen, vooral in Nederland, ligt de vraag op tafel welke verwerkers en inzamelaars tot de blijvers en winnaars gaan behoren. Zal Farmel ook bij deze categorie horen?
Van Ommeren en Westhoff kijken elkaar aan en betrekken het antwoord vervolgens vooral op hun afnemers. "Wij denken wel dat onze klanten tot de winnaars gaan behoren", reageert Van Ommeren. "Ze zitten vaak in de specialiteiten en merkproducten, niet zozeer in de commodity-hoek, waar het het moeilijkst wordt."