Fonterra wil verder onder de concurrentiebeperkende regels uit dan de Nieuw-Zeelandse overheid voorstelt. De nu lopende herziening van de DIRA (Dairy Industry Restructuring Act) gaat de onderneming niet ver genoeg, zo laat ze weten.
De wet uit 2001 moest voorkomen dat het toen gevormde Fonterra geen monopolie zou krijgen, legde het bedrijf veel verplichtingen op, om concurrenten een eerlijke kans te geven en om burgers te beschermen tegen te hoge prijzen.
Nu er veel is veranderd in de Nieuw-Zeelandse zuivel en Fonterra onlangs nog veel activiteiten heeft verkocht aan Lactalis, is het tijd voor andere regels, vindt CEO Richard Allen met de overheid, maar hij en de coöperatie willen meer.
Op zich is de zuivelreus blij met de voorstellen om het te ontslaan van de plicht om elke melkveehouder (weer) aan te nemen die zich aandient. Ook heeft het geen moeite met het voornemen om meer transparantie aan te brengen bij de totstandkoming van de melkprijs. Daartoe zal onder meer een vertegenwoordiger van de overheid zitten nemen in het melkprijspanel.
Maar nu er meer concurrentie is gekomen, zowel in eigen land als wereldwijd, wil het bedrijf ook af van de plicht om melk te moeten leveren aan elk bedrijf dat er om vraagt. Fonterra vindt zoiets met name onredelijk als bedrijven die eigendom zijn van buitenlandse concerns melk van Fonterra willen hebben om er vervolgens zelf een exporthandel vanuit Nieuw-Zeeland mee op te zetten. Dat voelt als oneerlijke concurrentie tegen Fonterra zelf èn het helpt niet om Nieuw-Zeelandse verdiensten in eigen land te houden, zo is het verweer.
Concurrenten als Synlait en Open Country (die wel in buitenlands eigendom zijn) willen juist behoud van veel beperkingen op Fonterra. Zij vinden het bedrijf nog altijd te dominant.
In het voorjaar van 2027 neemt het Nieuw-Zeelandse kabinet een standpunt in.