Deze maand is het 250 jaar geleden dat een Schotse filosoof de aftrap gaf voor de economische wetenschap. En dus voor de landbouweconomie. Want in maart 1776 publiceerde Adam Smith zijn boek An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations, een onderzoek naar de aard en oorzaken van welvaart van landen. Economisch handelen is zo oud als de mensheid en hij was niet de eerste die erover schreef, maar dit boek wordt toch algemeen gezien als de start van de economische wetenschap. Hoewel de industriële revolutie toen net in volle gang was, was de economische wetenschap in de eerste eeuw van zijn bestaan toch ook veel landbouweconomie.
Smith laat zien dat mensen die uit eigen belang handelen, de welvaart niet per se schade doen, en sterker: dat ze zo welvaart scheppen. De meest geciteerde passage uit het boek is dan ook: "It is not from the benevolence of the butcher, the brewer or the baker, that we expect our dinner, but from their regard to their own interest." Ofwel: de bakker wordt niet gemotiveerd om te werken door zijn barmhartigheid om ons van brood te voorzien, maar omdat hij zo zijn eigen inkomen verdient.
Voor Smith was dat geen aanleiding om hebberigheid een goede eigenschap te vinden. De bekende uitspraak uit de film Wall Street van eind vorige eeuw (greed is good) zou hij vermoedelijk zeer hebben afgekeurd. Smith was namelijk een moraal-filosoof die al een boek had geschreven over goed gedrag en hoe de mens bij anderen of bij zichzelf te rade gaat wat verstandige beslissingen zouden zijn. Dat eerste boek, Theory of Moral Sentiments benadrukt al op pagina 1 dat de mens een sociaal wezen is en ook om anderen geeft. Als je geen rekening met de ander zou houden in het zakendoen dan zou een transactie volgens Smith helemaal niet tot stand komen. Een transactie tussen mensen is geven en nemen. Markten met concurrentie disciplineren: in een markteconomie vechten mensen niet meer als honden letterlijk om een been maar ze werken samen. Smith heeft het dan ook kritisch over samenscholing door ondernemers om afspraken te maken die de vrije markt bedreigen; dat kan niet in het belang van de welvaart zijn.
'No Kings'
Het idee van disciplinerende markten was ook al door de Franse filosoof Montesquieu geventileerd. Daarmee is duidelijk dat Smith een kind van zijn tijd was, hij werkte in de school van de Schotse Verlichting. In de Verlichting staat de rede van mensen centraal. Bij Montesquieu ligt de nadruk op het feit dat je niet alles van bovenaf door de koning en de staat hoeft te laten organiseren, en dat het opdelen van de macht in een wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende die elkaar in balans houden gewenst is. In de pruikentijd van de 18e eeuw hadden de denkers het wel gehad met de macht van de absolute koningen. De legitimiteit van een bestuur kwam niet van God of uit de historie maar van het volk. 'No Kings' van de Amerikaanse anti-Trump demonstranten refereert daaraan.
Smith legde de nadruk op de markt met volledige mededinging als alternatief voor de centrale sturing. Die markt disciplineert gedrag en stuurt met een onzichtbare hand het prijsmechanisme. De term 'invisible hand' komt overigens maar drie keer voor in het boek. De meest geciteerde passage: "He intends only his own gain, and he is in this, as many other cases, led by an invisible hand to promote an end which was not part of his intention". Smith wordt ook nogal eens aangehaald voor zijn beroemde voorbeeld over arbeidsdeling in een speldenfabriek waarin hij liet zien hoe dat de arbeidsproductiviteit en welvaart bevordert. Maar hij wees ook op het nadeel van monotoon werk.
Smith zat niet met alles op het goede spoor. Het denken over langetermijnevenwicht in een markt komt in zijn boek niet voor, maar hij meende wel dat prijzen tendeerden naar de waarde van de arbeid in de producten. In zijn arbeidswaardetheorie is het idee dat de prijs van een product uiteindelijk afhangt van de hoeveelheid arbeid die er ingaat, en niet van vraag en aanbod. Karl Marx zou dat uitwerken en daarmee conclusies in Das Kapital trekken met de nodige gevolgen voor de politiek. Maar Smith staat meer aan de basis van het liberalisme dan het socialisme. Hij startte de political economy die een zeer beperkte rol voor de overheid zag. De mens kan zelf immers heel veel zelf regelen en organiseren, al dan niet met anderen in verenigingen en genootschappen. Dat was in zijn tijd een zeer ruimdenkende opvatting. Liberaal dus. In de Amerikaanse traditie betekent liberaal dan ook vooral ruimdenkend (je kunt daar nog steeds Liberal-Arts studeren), ook al heeft het nu het etiket 'woke'. In Europa kreeg liberaal meer een economische en juist politiek rechtse betekenis van weinig overheidsbemoeienis.
Nog steeds inspirerend
Smith zijn werk is vandaag de dag niet meer altijd eenvoudig leesbaar. Maar in deze tijden van grote veranderingen met vragen of voedselketens wel goed werken en hoe we de inrichting van het platteland kunnen organiseren, discussiëren we nog steeds over marktwerking, zelforganisatie en overheidsingrijpen. We zijn schatplichtig aan Adam Smith en zijn ideeën blijven ook na 250 jaar inspirerend.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.
Dit is een reactie op het Boerenbusiness artikel:
[url=https://www.boerenbusiness.nl/column/10915554/terug-naar-de-basis-250-jaar-landbouw-economie]Terug naar de basis: 250 jaar (landbouw)economie[/url]