Nederland is het afgelopen decennium vastgelopen op diverse dossiers, met stikstof als de meest in het oog springende. Ik constateer dat hierdoor de ondernemingsgeest en innovatie uit ons agrofoodcomplex aan het weglekken is.
Boeren zijn terughoudend om te ontwikkelen en investeren door onzekerheid en gestokte vergunningverlening. Bedrijven in de agribusiness voelen zich in toenemende mate genoodzaakt om voor investeringen uit te wijken naar het buitenland en maken daarbij dankbaar gebruik van de kennis die de afgelopen decennia is opgedaan op de thuismarkt. Ons kabinet en onze politici lijken niet te weten hoe om te gaan met de complexe uitdagingen. Dat is niet alleen funest voor de BV Nederland maar ook voor de verduurzaming van ons voedselsysteem.
Uitdagingen
De uitdagingen waar Nederland voor staat zijn niet gering en kennen een grotendeels Europese context. We moeten als land invulling geven aan de Vogel- en Habitatrichtlijn (natuurbescherming en emissie van stikstof), de Nitraatrichtlijn (uitspoeling van stikstof), de Kaderrichtlijn Water (kwaliteit van oppervlaktewater) en het Klimaatakkoord (uitstoot van CO2). Juist bij grote uitdagingen is van belang om een wenkend perspectief te bieden waardoor het voor bedrijven aantrekkelijk is om te investeren in, en te werken aan daadwerkelijke verbetering. Ik denk dat dat mogelijk is en dat de oplossingsrichting steeds duidelijker wordt.
Eerste route: via keten naar lage footprint per kilo product
Het verlagen van de footprint per kilogram of eenheid product verlaagt de negatieve bijwerkingen van ons gehele voedselsysteem. Dat is heel belangrijk bij de mondiaal groeiende vraag naar voedsel. Een levenscyclusanalyse (LCA) helpt om deze footprint voor CO2, maar ook voor watergebruik en vervuiling of afname van biodiversiteit, objectief te bepalen en is inmiddels breed geaccepteerd en veelgebruikt. In de groente- en fruitketen bestaan inmiddels Europese standaarden om de footprint te berekenen en elke melkveehouder kent dankzij een LCA in de kringloopwijzer de CO2-footprint van zijn melk.
In veel ketens wordt verlaging van deze footprint gestimuleerd, mede aangejaagd door de Europese CSRD-wetgeving voor grote agrofoodbedrijven en retailers, die hen verplicht om te rapporteren over de impact van hun eigen aanvoerketen. Bovendien maken deze bedrijven hun doelen om deze impact te verlagen openbaar. Op deze eerste route zit al veel energie om te verbeteren, via een LCA en via certificaten als biologisch, Beter Leven, PlanetProof of Beter voor. Het is belangrijk om hier mee door te gaan en in te blijven zetten op Europese harmonisatie. Voedsel is immers geen nationale aangelegenheid en het vergroot de markt voor duurzaam voedsel.
Tweede route: via doelsturing naar lage emissies per bedrijf en hectare
Een lage footprint per kilogram biedt nog niet de garantie dat er geen lokale overbelasting op water of natuur kan ontstaan. Daarvoor is een tweede route nodig. De route van doelsturing, waar kabinet en sector momenteel aan werken, kan daar goed voor dienen. In het geval van doelsturing stuurt de overheid op de doelen die ze wil bereiken en ziet daarbij af van het voorschrijven van middelen. Dat lukt niet al volgend jaar, daarvoor is het systeem nog niet ver genoeg ontwikkeld, maar wel op wat langere termijn.
Om doelsturing tot een succes te maken is het van belang om de kennis en competenties van de boeren en tuinders en hun omringende ecosystemen maximaal te benutten. Die competenties hebben ons al veel gebracht. Nederland heeft zich in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld tot gidsland op het gebied van efficiënte productie van hoogwaardig voedsel. Dat is gelukt door de samenwerking tussen bedrijfsleven, overheden en onderzoekinstellingen. Samenwerken in concurrentie en het neerzetten van standaarden past bij onze cultuur en leidde tot sterke clusters in de tuinbouw, akkerbouw en veehouderij. Deze clusters zijn naar mijn overtuiging prima in staat om beide routes door te ontwikkelen.
Van meten naar verbeteren
Het bepalen van de footprint van voedsel of van emissies naar de omgeving is nog geen garantie voor de verlaging ervan. Haalbare doelen en een beloning in geld of ondernemersruimte leiden wel tot beweging. De clusters zullen zich telkens opnieuw richten op de meest effectieve innovaties en werkwijze. Om de emissies te bepalen zal het overigens niet altijd nodig zijn om deze te meten. Soms voldoet een set aan maatregel en/of data om de emissies goed te benaderen.
De realisatie van deze twee routes zal overigens niet voorkomen dat het agrarisch landschap verandert. Nederland staat voor planologische en ecologische opgaven. Door opkoopregelingen, gebiedsontwikkeling en planologische ambities zal de veestapel en het landbouwareaal verder krimpen en zal het aandeel natuur en landbouwgrond onder natuurbeheer toenemen. Daarmee zal ook het productievolume in Nederland dalen. De omvang van de krimp wordt mede bepaald door de mate waarin de clusters in staat zijn om de twee routes succesvol te implementeren.
Niet alleen Nederland
Nederland is niet het enige land met uitdagingen op het gebied van natuur en water. Bij een groeiende mondiale vraag naar voedsel is het zaak om de productie zorgvuldig in te richten en dat te onderbouwen met data. Het systeem dat we de komende jaren in Nederland ontwikkelen is interessant voor veel landen binnen en buiten Europa en zet Nederland neer als gidsland 2.0. Dat lijkt me een wenkend perspectief om de schouders onder te zetten.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.