Greenpeace kwam recent met een rapport dat een klein groepje rijke landeigenaren en industriële landbouwbedrijven het leeuwendeel van de Europese landbouwsubsidies opslokt. Nederland is een van de landen die er door de milieuorganisatie wordt uitgelicht. In ons land krijgt 1% van de ontvangers 40% van het landbouwsubsidies uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) volgens Greenpeace. In de kleine lettertjes staat dat het daarbij gaat om de directe betalingen. Duiken we wat dieper in de Nederlandse cijfers dan ligt het een stuk genuanceerder dan Greenpeace stelt. Coöperaties, natuurorganisaties en (semi)overheidsinstanties weten de weg naar geld uit Brussel goed te vinden. Je moet een paar pagina's doorklikken op de site van de RVO voor je het eerste landbouwbedrijf tegen komt.
Veruit de grootste ontvanger van gelden uit het GLB in 2024 (het referentiejaar in het Greenpeace-rapport) was Coöperatie Harvest House U.A. met €50.594.787,73 om precies te zijn, zo valt op te maken uit de cijfers van de RVO. Op nummer twee staat Telerscoöperatie Oxin Growers met €37 miljoen en op drie Coöperatie Growers United met €21 miljoen. Dat geld komt allemaal uit de eerste pijler van het GLB (ELGF), de pot waar onder andere de rechtstreekse betalingen en maatregelen om landbouwmarkten te reguleren of te ondersteunen uit betaald worden. Het doel van subsidies aan de coöperaties is een leefbaar landbouwinkomen en voedselzekerheid (SO1) en een sterkere positie in de waardeketen (SO3).
Klimaat en duurzame energie
Nummer vier op de lijst van grootste subsidieontvangers is Coöperatie Natuurlijk Limburg U.A. met €11 miljoen en op plek vijf staat Waterschap Drents Overijsselse Delta met eveneens €11 miljoen. Deze organisaties ontvangen geld uit de tweede pijler van het GLB (ELFPO) onder andere bekend van programma's voor plattelandsontwikkeling. Beide organisaties ontvingen subsidies voor klimaat en duurzame energie (SO4), efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen (SO5) en bescherming van de biodiversiteit (SO6).
Tot de topontvangers van GLB-gelden behoren de nodige agrarische natuurverenigingen, gebiedscoöperaties en waterschappen. Zoeken naar hoeveel subsidie landbouwbedrijven ontvangen is wat lastig in de databank van de RVO. Greenpeace heeft vermoedelijk de methode toegepast de regeling basisinkomenssteun voor duurzaamheid (de basispremie van het GLB) te selecteren. Op die manier komen de bedrijven naar voren met de meeste grond in gebruik.
Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder (KMWP) is dan de grootste subsidieontvanger. In totaal ontving de KMWP in 2024 €538.000 volgens de data van de RVO. KMWP beheert volgens de eigen website ruim 1.500 hectare landbouwgrond en 500 hectare verpachte grond, mosselpercelen, weilanden, wegen en water- en natuurgebieden. Daarmee is het misschien wel het grootste landbouwbedrijf van Nederland.
Op twee staat ook een bekende naam in de agrarische sector, namelijk B.V. Exploitatie Reservegronden Flevoland (Erf) met totaal €427.000 subsidie uit het GLB. Plek drie is voor Beheerboerderijen Het Drentse Landschap met €365.000 en op vier staat Landbouwbedrijf Limburgs Landschap B.V. dat €351.000 aan subsidie ontving. Nummer vijf is WPR, Praktijkonderzoek AGV, oftewel de proefboerderij Lelystad met €268.000.
Provinciale landschappen zijn grootgrondbezitters
Dat Stichting Het Drentse Landschap en Stichting Limburgs Landschap via bv's tot de grootste ontvangers van directe betalingen uit het GLB in Nederland behoren, doet het onder de achterban van Greenpeace waarschijnlijk niet zo goed. Ook het geld dat via (agrarische) natuurbeheerverenigingen en -coöperaties bij boeren en terreinbeherende organisaties terechtkomt, is moeilijk te achterhalen. Plus dat je daar ook nog wel de vraag zou kunnen stellen wat er aan de strijkstok blijft hangen. Het zet de claim van Greenpeace dat 40% van het GLB-geld in Nederland gaat naar 1% van de ontvangers wel in een ander daglicht.
Het is van de andere kant ook wat makkelijk om de kwestie die Greenpeace aan de kaak stelt over de Europese landbouwsubsidies af te doen als onzin. Door premies te koppelen aan areaal krijgen grote bedrijven automatisch meer subsidie dan kleine.
Moet de 'grootste' 1% (in Nederland bedrijven vanaf circa 200 hectare) dezelfde hectarepremie krijgen als de 'kleinere' 99% van de bedrijven? Greenpeace vindt van niet. De milieuorganisatie stelt voor om een degressief premiesysteem in te voeren waarbij de hectarebetalingen naar grootte van bedrijven geleidelijk worden afgebouwd. Ook zou er een maximum moeten komen aan de GLB-subsidies die een bedrijf kan ontvangen, dat in lijn is met het gemiddelde landbouwinkomen of de gemiddelde omvang van een bedrijf in een lidstaat. Boerderijen met de hoogste milieu- en/of sociale waarde zouden de grootste prioriteit moeten krijgen. Daarnaast wil Greenpeace een aanzienlijk deel van het GLB-budget inzetten voor klimaat.
Aantrekkelijk houden
Sturen op kleinere en middelgrote landbouwbedrijven via het GLB is natuurlijk een politieke keuze. Er valt te beargumenteren dat grote bedrijven door schaalvoordelen lagere kosten per hectare hebben en daarom best gekort kunnen worden op hun premies uit het GLB. Daar kun je tegenover zetten dat om in aanmerking te komen voor subsidies uit het GLB bedrijven moeten voldoen aan de 'goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) en beheerseisen'. Die eisen zijn voor alle bedrijven gelijk en je zou kunnen stellen dat alle bedrijven naar rato daar een vergoeding voor moeten krijgen. Een overheid of milieubeweging wil juist grote bedrijven met veel grond in gebruik mee hebben om doelen op het gebied van milieu en biodiversiteit te halen.
Het GLB is voor de overheid een belangrijk instrument om te kunnen sturen op het boerenbedrijf. Worden de drempels om aanspraak op geld uit het GLB te hoog dan zouden (grote) landbouwbedrijven weleens kunnen besluiten helemaal niet mee te doen aan het GLB. Daar werd bij de invoering van het huidige GLB al een beetje voor gevreesd door sommigen binnen de RVO. Dat is overigens niet gebeurd, maar je wilt het elastiek niet zo ver uitrekken dat het breekt.