Diepgevroren frites uit Europa hebben hun laagste prijsniveau in 3,5 jaar tijd bereikt. Dat zorgt er ook voor dat meer frites wordt geëxporteerd door de vijf belangrijkste landen. De uitvoer naar het Midden-Oosten laat een gemengd beeld zien. Lees meer over de fritesexport.
De vijf belangrijkste exporteurs hebben in maart 512.293 ton diepgevroren aardappelproducten uitgevoerd. Dat is 7% meer dan in februari en ook iets meer dan in maart 2025. De totale export in het eerste kwartaal van dit jaar komt voor de EU-5-landen uit op 1,48 miljoen ton, ten opzichte van 1,4 miljoen ton een jaar geleden. Daarmee is de uitvoer met 6% toegenomen, wat goed is voor 78.600 ton extra frites.
Nederland opvallend goed
De EU-4-landen scoren allemaal beter in het eerste kwartaal. Polen vormt de uitzondering. Dit land exporteerde 15% minder frites gedurende bovenstaande periode. Opvallend genoeg staat Nederland bovenaan in de lijst, met 9% groei in volume ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025. Het gaat om 433.454 ton frites, wat 37.500 ton meer is. België volgt met 6% groei (39.808 ton) en Frankrijk zag de uitvoer met 6.864 ton toenemen, goed voor 4%. In Duitsland was de toename 3.835 ton, ofwel 5%.
Mogelijk dat deze cijfers beïnvloed worden door volumes waarmee binnen de EU-4 wordt geschoven. Zo voerde België in maart 33.890 ton frites uit naar Frankrijk en 31.783 ton naar Nederland. Met een dikke 38.000 ton blijft het VK de grootste afnemer voor de Belgen. Buiten Europa is de VS, met 12.228 ton, de grootste klant. Ook Brazilië en Colombia namen een behoorlijk volume af.
Recordexport naar Saoedi-Arabië
Nederland leverde eveneens meer frites af aan het VK. Het gaat om 25.265 ton. Naar Duitsland ging in maart 18.851 ton en naar België 14.438 ton. Saoedi-Arabië nam in maart 11.000 ton frites af. Dat is het grootste volume sinds september 2023. Best bijzonder, gezien de gespannen situatie in het Midden-Oosten. De verwachting was dat de export naar dit land behoorlijk terug ging vallen, maar de Europese exporteurs hebben daar in maart nog weinig van gemerkt.
Ook vanuit Frankrijk is een behoorlijk fritesvolume naar buurland België verscheept. Het gaat om bijna 17.000 ton. Nederland staat met 9.700 ton op plek twee en Spanje met 8.810 ton op nummer drie in maart. Duitsland exporteerde in maart de meeste frites naar Italië, gevolgd door Nederland. Met 2.355 ton is dit wel een veel kleiner volume.
Prijzen dalen fors
Wat de export zeker helpt zijn de lagere verkoopprijzen voor de frites. In maart lag de gemiddelde Belgische verkoopprijs op €1.031 per ton. Sinds september 2022 is die prijs niet zo laag geweest. Sindsdien is de prijs altijd boven de €1.000 geweest. Die grens komt nu toch weer in zicht. De Franse verkoopprijs van €1.070 is zelfs de laagste sinds juli 2022. Nederland zit daar met gemiddeld €1.228 heel wat boven. Dat is wel de laagste prijs in ruim drie jaar tijd. Des te opvallender dat de Nederlandse exportcijfers prima zijn te noemen. Waarschijnlijk heeft het hogere prijsniveau deels te maken met een duurdere premiumcategorie producten waar veel Nederlandse verwerkers op focussen.
Polen kan met gemiddeld €1.196 nog net onder de €1.200-grens blijven en laat de grootste daling zien. Ten opzichte van februari ging de prijs €85 (-6,6%) omlaag. De Franse prijs daalde eveneens met die snelheid. Duitsland toont als enige een stijging. Gemiddeld ligt het prijsniveau daar op €1.310.
Voorzichtig optimisme
Om van stabilisatie te spreken is het nog te vroeg. Verschillende factoren spelen een rol op de fritesmarkt. De verkoopprijzen zijn nu zover gedaald dat Europa in een meer concurrerende positie komt. In maart is er nog wel frites van betekenis naar het Midden-Oosten gegaan. Het tweede kwartaal laat waarschijnlijk andere cijfers zien. België exporteerde 2.000 ton minder naar Saoedi-Arabië en naar de Verenigde Arabische Emiraten ging 89% minder frites (190 ton). Naar Qatar daalde de Belgische uitvoer met 56%.
Nederland deed het naar Saoedi-Arabië heel wat beter, na een slechte start van het jaar, maar andere bestemmingen namen wel minder af. Naar Koeweit gaat het om 46% minder export in maart en naar de Verenigde Arabische Emiraten om 74% minder. De cijfers blijven duidelijk maken dat de EU-5-landen het vooral van de Europese handel moeten hebben, waarbij er ook onderling tussen landen met grote volumes wordt geschoven.