Stikstofkunstmest blijft relatief duur, terwijl het aanbod richting het voorjaar krap kan worden. Vraag en beschikbaarheid zorgen voor onzekerheid. Lees meer over de kunstmestmarkt.
In mei en juni zijn de ureumprijzen sterk gedaald, maar in de tweede helft van augustus zijn de prijzen weer duidelijk gestegen. Daarmee liggen deze prijzen op een relatief hoog niveau. Dat geldt ook voor KAS.
De relatief hoge KAS-prijzen zijn voor een groot deel het gevolg van de hoge prijzen voor aardgas. Gas is zowel grondstof als energiebron voor de productie van stikstofmeststoffen. Volgens de Europese Commissie bepaalt de beschikbaarheid en prijs van aardgas ongeveer 70% van de productiekosten.
In april lagen de prijzen van stikstofmeststoffen in de EU 71% boven het gemiddelde van 2024, het basisjaar waarmee de stikstofprijzen in de Europese databank worden vergeleken. De sluiting van de Straat van Hormuz zorgde voor nog meer spanningen in de markt, waardoor de kunstmestprijzen dit voorjaar fors stegen.
In mei en juni zakten de prijzen toch weer snel, maar dat lagere prijsniveau hield niet lang stand. In de tweede helft van augustus werd de opgaande lijn ingezet. De gasprijzen blijven hoog en dat resulteert in aanhoudend hoge kunstmestprijzen.
Daar hebben de Europese stikstoffabrieken veel last van. Dat zien we terug in de productiecapaciteit van de fabrieken. StoneX becijfert dat de Europese stikstofproductie sinds begin 2022 gemiddeld rond 75% van het normale niveau draait. Het ontbrekende volume moet daardoor voor een belangrijk deel worden geïmporteerd.
Noordwest-Europa slecht gedekt
Juist de beschikbaarheid is volgens marktpartijen een belangrijk aandachtspunt. De traditionele behoefte aan stikstofkunstmest in Noordwest-Europa is relatief slecht gedekt. Naast de toch al geringere productievolumes belemmeren lage waterstanden, zoals in Duitsland, de distributie van het product.
Het afgelopen seizoen is aanzienlijk minder stikstofkunstmest in de akkerbouw en rundveehouderij gebruikt. Een lagere toewijzing in de bietenteelt resulteerde in een kleiner suikerbietenareaal. Daarnaast werd het aardappelareaal fors teruggeschroefd als gevolg van dramatisch slechte vrije prijzen in 2025 en lagere contractprijzen voor 2026.
Op zomergranen die daarvoor in de plaats kwamen, werd maximaal drijfmest uitgereden. De toeslagen die voor deze mest werden betaald, vormden een zeer wenselijke inkomstenbron voor akkerbouwers. Daarna volgde een droge en hete zomer, wat voor een extra rem op het kunstmestgebruik zorgde.
Er werd afgelopen zomer dus minder kunstmest gekocht dan vooraf was ingeschat. Toch is er nu geen sprake van grotere voorraden. Dat komt doordat de fabrieken minder voortvarend zijn begonnen aan de aanleg van nieuwe voorraden. Vooral Duitsland loopt daarin achter. Dat was in Frankrijk ook het geval, maar daar lijkt de achterstand weer aardig ingelopen.
Dat maakt de dekkingsgraad richting het nieuwe seizoen een belangrijke factor. Wanneer boeren komend voorjaar een normale stikstofbehoefte hebben, moet volgens marktpartijen nog een behoorlijk volume worden ingekocht. Die potentiële vraag hangt daarmee boven een markt die maar matig is voorzien van aanbod.
Voorjaar kan vraagpiek opleveren
Daar zit het belangrijkste risico van wachten. Kunstmest hoeft de komende maanden niet automatisch duurder te worden. Fabrieken die produceren, moeten hun product ook verkopen. Een terugval van gas- of ureumprijzen kan de markt tijdelijk onder druk zetten.
Maar wanneer veel boeren dezelfde afwachtende houding aannemen, verschuift de vraag naar een kortere periode. Dat kan vooral richting maart en april voor spanning zorgen. De Europese Commissie wijst bovendien op de structurele importafhankelijkheid van Europa. Ongeveer 30% van de stikstofmeststoffen wordt ingevoerd.
Ook logistiek speelt daarbij een rol. De markt heeft dit najaar onder meer te maken met beperkingen op de Rijn. Hogere binnenlandse transportkosten verhogen de vervangingswaarde van geïmporteerde stikstofmeststoffen.
De beschikbaarheid is daarmee minstens zo belangrijk als de kale wereldmarktprijs. Een dalende ureumprijs helpt weinig wanneer product op het gewenste moment lastig beschikbaar is of tegen hoge logistieke kosten naar Noordwest-Europa moet komen.
Lagere prijs vraagt ontspanning
Voor een duidelijke prijsdaling richting het voorjaar moeten verschillende factoren samenvallen. De gasmarkt moet ontspannen, het internationale ureumaanbod moet toenemen en de Europese voorraadsituatie moet verbeteren voordat de seizoensvraag loskomt.
Vooral vanuit China kan extra ureum een tegenwicht vormen. De wereldmarkt beschikt daardoor over een mogelijke uitlaatklep wanneer de prijzen te sterk stijgen. Tegelijkertijd blijft het aanbod uit het Midden-Oosten beperkt en concurreren Europa en andere grote importmarkten om beschikbaar product.
Daar komt de winter nog bij. Europa gaat de winter in met stevige concurrentie om lng. De uiteindelijke gasprijs is sterk afhankelijk van temperaturen, vraag en beschikbaarheid van lng. Een zachte winter kan de kostendruk op stikstof verlagen. Een koude winter kan juist het tegenovergestelde veroorzaken.
De markt biedt daardoor geen duidelijke aanwijzing dat kunstmest in het voorjaar goedkoper beschikbaar komt. Wel staat vast dat de huidige prijs historisch gezien hoog is. Wie wacht, rekent daarmee op een daling van gas en ureum én voldoende beschikbaarheid wanneer de Europese voorjaarsvraag aantrekt.
Stabiel tot licht stijgend
Aanbieders van kunstmest voorspellen vooralsnog een stabiele tot licht stijgende markt voor stikstofkunstmest. Volgens een van de toeleveranciers worden de hoge grondstof- en transportkosten op dit moment nog niet helemaal doorberekend in de verkoopprijs van kunstmest. Volgens hem moeten de prijzen in de komende periode daarom nog wat stijgen.
KAS was in oktober 2025 zo'n €2,50 per 100 kilo goedkoper dan in februari 2026. Het jaar daarvoor was dat verschil zo'n €7 per 100 kilo. In maart en april lagen de prijzen in beide jaren nog een stuk hoger. Het staat echter allerminst vast dat dit jaar eenzelfde prijsontwikkeling volgt. Voor een andere prijsontwikkeling moeten diverse factoren meewerken, te beginnen met een zachte winter die de gasprijzen beteugelt.
Nu kunstmest kopen betekent wel dat een relatief duur product wordt gekocht. Vergeleken met vorig jaar moet zo'n €5 tot €6 meer worden betaald voor 100 kilo KAS. Het prijsverschil met twee jaar geleden loopt al op tot circa €10 per 100 kilo.