Agrifoto

Achtergrond Economie

Subsidie: vangnet voor boer of bonus voor belegger?

Vandaag 08:00 uur - Jurphaas Lugtenburg - 1 reactie

Het telen van gewassen is een risicovolle bezigheid. Dat is dit droge seizoen weer eens gebleken. Opbrengst in tonnen gewas weten te krijgen is één, maar of de kosten gedekt worden is een andere zorg, die allerminst zeker is. Met dat probleem kampen niet alleen Nederlandse akkerbouwers. Ook in de VS valt het voor akkerbouwers niet mee een inkomen uit de markt te halen, zo blijkt uit afgelopen week gepubliceerde cijfers van de Universiteit van Illinois.

Dit artikel verder lezen?

Word abonnee en krijg direct toegang

Kies het abonnement dat bij je past
Heb je een tip, suggestie of opmerking naar aanleiding van dit artikel? Laat het ons weten

In de afgelopen drie jaar lagen de kosten voor de Amerikaanse akkerbouwer boven wat de gewassen opleverden, becijferde de Universiteit van Illinois. Subsidies en andere overheidsregelingen waren broodnodig om tekorten op bedrijfsniveau aan te zuiveren. Met het geld uit het zogenoemde safety net, dat enigszins vergelijkbaar is met ons gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), heeft de akkerbouwsector in de VS als geheel over de laatste drie jaar quitte gespeeld.

Bron: Universiteit van Illinois

Langere periodes waarin kosten voor het produceren hoger liggen dan de opbrengsten zijn overigens geen nieuw verschijnsel. Het is vaker voorgekomen dat steun hard nodig was om de verliezen net wel of net niet te dekken.

Bron: Universiteit van Illinois

Met deze cijfers in het achterhoofd zou je zeggen dat er weinig aan de hand is de Amerikaanse akkerbouw. De verliezen die met de teelt van de akkerbouwgewassen worden gemaakt zijn immers met uitbetalingen van gewasverzekeringen en (federale) steunmaatregelen goedgemaakt.

Op bedrijfsniveau kunnen de kaarten heel anders liggen. De verschillen in inkomen tussen bedrijven kunnen gigantisch zijn. Sec naar de cijfers gekeken zou een substantiële groep boeren goed geld verdiend moeten hebben volgens de Universiteit van Illinois. Dat strookt niet helemaal met de stemming die onder andere in de Amerikaanse landbouwmedia naar voren komt.

Nederlandse akkerbouwer draait verlies 
Een een-op-een vergelijking tussen Nederland en de VS is lastig te maken. Ook in Nederland komt een substantieel deel van het inkomen in de akkerbouw van overheidsgeld. Volgens de cijfers van Agrimatie van Wageningen University & Research (WUR) kwam in oogstjaar 2025 8% van de totale opbrengst op een gemiddeld Nederlands akkerbouwbedrijf uit inkomenstoeslagen en subsidies. In geld uitgedrukt is dat bijna €32.000 per jaar. Een andere opvallende inkomstenbron voor Nederlandse akkerbouwers is dierlijke mest. Dat leverde een gemiddeld bedrijf in 2025 €20.000 op volgens Agrimatie.

Bron: Wageningen University & Research

Met alleen steun en mest heeft een gemiddeld akkerbouwbedrijf in Nederland iets meer dan een modaal jaarinkomen. Desondanks komt het netto-bedrijfsresultaat in 2025 uit op een verlies van €40.200. De rentabiliteit ligt op 91% zo blijkt uit de cijfers op Agrimatie. Van elke €100 aan die kosten gemaakt werd vorig jaar kwam maar €91 terug. Ook hier geldt net als in Amerika dat verschillen tussen individuele bedrijven groot zijn.

Concurrentie
Een meer fundamentele vraag die je bij bovenstaande cijfers kan stellen is of de overheid verliezen in een sector moet bijpassen? Verlies is voor een bedrijf een belangrijke reden – of misschien beter gezegd, het creëert de noodzaak – om de efficiëntie te verbeteren. Zowel in Nederland (en de EU) als in de VS hebben telers het moeilijk om concurrerend te blijven op de wereldmarkt. In de VS gaat het dan vooral om concurrentie uit Zuid-Amerika en Europa heeft moeite tegenwicht te bieden aan de graanexport uit Rusland en Oekraïne. Daarnaar gekeken zouden we een efficiencyslag moeten maken. Randvoorwaarde daarbij is natuurlijk wel dat we op bijvoorbeeld het gebied van wet- en regelgeving een gelijk speelveld moeten hebben.

Wie profiteert?
Het afdekken van verliezen in de akkerbouw heeft nog een ander effect. Landbouwgrond wordt daarmee aantrekkelijker als middel om risico's te spreiden binnen een brede beleggingsportefeuille. De teler die het geld uiteindelijk moet opbrengen – hetzij via huur of als koper – krijgt namelijk rugdekking. Voor boeren die zelf niet over zo'n breed gespreide en goed gevulde portefeuille beschikken, wordt het lastiger om bij de aankoop van grond te concurreren met beleggingsfondsen van buiten de landbouw, stipt de Universiteit van Illinois aan.

In Nederland hebben we net als in veel andere Europese landen een lange traditie van pacht en een strikte regulering van (reguliere) pacht. Via geliberaliseerde pacht, grijze pacht en erfpacht wordt in Nederland om die strikte regels heen gewerkt. In de Amerikaanse Midwest was traditioneel relatief veel eigendom. Bij de grotere commerciële graanbedrijven wordt driekwart van het land inmiddels gehuurd of in deelbouw bewerkt. Betere verdiensten in de landbouw, al dan niet met hulp van de overheid, maakt dat boeren meer huur kunnen betalen. Indirect sponsor je daarmee de gepensioneerde boer die grond verhuurt, maar ook de pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen die landbouwgrond als beleggingsobject in de portefeuille hebben.

Bel met onze klantenservice 0320 - 269 528

of mail naar support@boerenbusiness.nl

wil je ons volgen?

Ontvang onze gratis Nieuwsbrief

Elke dag actuele marktinformatie in je inbox

Aanmelden