De Europese exportprijs van varkensvlees is tot onder het niveau van de Amerikaanse en Braziliaanse markten gedaald, zo blijkt uit data van Eurostat. Alleen Canadees varkensvlees is nog altijd goedkoper. Hoewel de beweging negatief is voor de Nederlandse varkensprijs, kan de lage stand juist verlichting brengen.
Met een prijs van €146,59 per 100 kilo ligt de gemiddelde exportprijs onder de €156,80 die gemiddeld in de Verenigde Staten wordt gevraagd. De prijs ligt zelfs lager dan gemiddeld in Brazilië. Voor vlees uit dat land wordt €162,18 per kilo betaald.

Door een overaanbod op de varkensmarkt is een moordende concurrentie ontstaan, met name in de landen waar de drie grote markten (de Verenigde Staten, Brazilië en de Europese Unie) actief zijn. In die landen (Zuid-Korea, Japan, de Filipijnen en traditioneel natuurlijk China) is het door het forse aanbod dringen om producten af te zetten. Als gevolg hiervan is de Europese varkensprijs tot onder het niveau van zowel de Braziliaanse als de Amerikaanse markt gedaald.
Een geluk bij een ongeluk is dat de exportpositie van de EU hierdoor wel flink is verstevigd. Jarenlang bleef de export van spierdelen op de wereldmarkt achter, omdat de Europese prijzen simpelweg te hoog waren. Nu de Europese Unie de laagste prijzen voert, is het niet ondenkbaar dat de lidstaten van een sterkere export kunnen profiteren.
Met name voor Nederland en Denemarken is dit interessant, aangezien deze landen nog niet met Afrikaanse varkenspest te maken hebben. Zowel Duitsland als Spanje zijn daarentegen deels uitgesloten van de wereldmarkt. Hierdoor hebben beide landen duidelijk minder concurrentie.