De Nederlandse varkensstapel is in het eerste halfjaar van 2025 fors gedaald. Toch blijft de daling wat achter vergeleken met de ontwikkelingen van de varkensstapel. Ondertussen is het aantal runderslachtingen in tegenstelling tot onze buurlanden juist fors hoger. Lees meer over de ontwikkelingen van de varkens- en runderslachtingen
Op de varkensmarkt zijn de effecten van de Lbv-plus-regeling duidelijk te merken. Tot en met week 26 zijn in Nederland circa 6,7 miljoen varkens geslacht. Daarmee ligt het aantal slachtingen 456.000 stuks lager dan in dezelfde periode vorig jaar, een daling van 6,4%. Daarmee blijft de daling van het slachtcijfer iets achter bij de daling van de varkensstapel van 7,6% die eind 2025 zichtbaar werd.
Het beeld van een krapper aanbod blijft daarmee nadrukkelijk overeind. Ten opzichte van het vijfjarig gemiddelde is de daling nog forser. Vergeleken daarmee is het aantal slachtingen bijna 880.000 dieren lager, wat neerkomt op een min van 11,6%. Daarmee behoort het huidige slachtniveau tot het laagste in de beschikbare reeks.
Daarnaast zijn de varkens gemiddeld ook lichter. Varkenshouders kiezen ervoor hun dieren eerder naar de slachterij te brengen nu de prijzen gedaald zijn. Het gemiddelde slachtgewicht komt in de eerste 26 weken uit op 99,7 kilo. Dat is 1,5 kilo minder dan vorig jaar en 1,0 kilo onder het vijfjarig gemiddelde. De lagere aanvoer wordt dus niet gecompenseerd door zwaardere dieren.
Runderaanbod juist ruim
Het Nederlandse runderaanbod blijft in de eerste helft van 2026 daarentegen fors boven het niveau van vorig jaar. Tot en met week 26 zijn 271.129 runderen geslacht. Dat zijn er 18.309 meer dan in dezelfde periode van 2025, een stijging van 7,2%. Daarmee blijft Nederland wederom de uitzondering in Europa. In de meeste Europese landen is het runderaanbod nog altijd minimaal 5% lager dan een jaar geleden.
Ook over een langere periode is het slachttempo fors. Vergeleken met het vijfjarig gemiddelde ligt het aantal slachtingen ruim 22.700 dieren hoger, wat neerkomt op een plus van 9,1%. Daarmee is niet alleen sprake van een duidelijke stijging ten opzichte van vorig jaar, maar ook van een bovengemiddeld groot aanbod over een langere periode.